Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Wij verzoeken u om cookies te accepteren. Meer info

Verantwoording collegegeld

Wettelijk collegegeld

Het wettelijk collegegeld voltijd voor bachelor- en masteropleidingen is door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vastgesteld en bedraagt voor het collegejaar 2022-2023 € 2.209,-. Voor eerstejaars studenten geldt voor de eerste 12 maanden inschrijving in het Hoger Onderwijs een verlaagd wettelijk collegegeld ter hoogte van de helft van het voltijd collegegeld (€ 1.105,-)

Premastervergoeding

De vergoeding voor het premasterprogramma 2020-2021 is vastgesteld conform artikel 7.57i van de WHW als een proportioneel deel van het wettelijk collegegeld naar rato van de omvang van het te volgen programma. Bij een omvang van 30 EC: 30/60 deel van € 2.209 = € 1.105.

Instellingscollegegeld

Het instellingscollegegeld voor de bachelor- en masteropleidingen bedraagt voor het collegejaar 2022-2023 € 8.243,- .

De hoogte van het instellingscollegegeld is als volgt bepaald:
Voor studenten die het instellingscollegegeld verschuldigd zijn ontvangt de universiteit geen bijdrage van de overheid. De UvH vraagt van hen in principe een kostendekkend collegegeld. Het uitgangspunt hierbij is de totale bijdrage die de UvH ontvangt per student die wel door de overheid bekostigd is. Maar de UvH vindt ook dat het bedrag niet substantieel hoger mag zijn dan andere (soortgelijke) opleidingen. Bovendien moet het bedrag nog wel op te brengen zijn voor de student. 
Bij de invoering van het instellingscollegegeld is deze vastgesteld als een middeling tussen een berekening gebaseerd op overheidsbijdrage en een benchmark met andere opleidingen. Dit bedrag is jaarlijks met 2% verhoogd (algemene prijsstijging).

Contractonderwijs

De kosten voor een los vak op basis van contractonderwijs zijn € 925,- per 7,5 EC.