Deze website maakt gebruik van cookies

Dialoog lessen uit Rotterdam


4 maart 2020


In de jaren na 9/11 organiseerde het gemeentebestuur van Rotterdam achtereenvolgens twee totaal verschillende dialooginitiatieven om een gesprek op gang te brengen tussen haar burgers over politiek gevoelige thema’s: De Dag van de Dialoog en de Islamdebatten. Wat kunnen we leren van deze initiatieven, en in hoeverre waren dit ook echt dialogen? Deze vragen staan centraal in het onderzoek van Liesbeth Levy: Dialoog, meer dan een pacificatie instrument. Lessen uit Rotterdam. Zij verdedigt dit proefschrift vandaag aan de Universiteit voor Humanistiek. 


De Dag van de Dialoog en de Islamdebatten waren twee opeenvolgende initiatieven van verschillende politieke coalities in de Rotterdamse gemeenteraad met een heel ander karakter. De Dag van de Dialoog werd georganiseerd door een coalitie van PvdA, VVD, CDA en Groen Links (1989-2002), terwijl de Islamdebatten in gang werden gezet door een coalitie van Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD (2002-2006). Waar het in de Dag van de Dialoog vooral draaide om pacificatie en toedekken van verschillende opvattingen, ging het in de Islamdebatten vooral om confrontatie en uitvergroten van de verschillen.  


Welke lessen kunnen we uit beide initiatieven trekken? Zijn er ervaringen die het begrip dialoog de betekenis kunnen geven zoals het oorspronkelijk bedoeld is? In het onderzoek analyseert Liesbeth Levy de initiatieven door gebruik te maken van de opvattingen over dialoog van de joodse twintigste-eeuwse filosofen Martin Buber en Emmanuel Levinas. In ons begrip van dialoog leggen we vaak de nadruk op het bestaan van individuen met een eigen identiteit. Hoe verschillend ze hier verder ook over dachten, zowel Levinas als Buber legden een ander accent: zij wijzen er op dat je in een dialoog vooral verantwoordelijkheid hebt voor de ánder.  


Op zoek naar een constructieve opvatting van het begrip dialoog onderzoekt Levy de gemene deler van beide filosofen. Het is niet óf pacificatie óf confrontatie, concludeert zij. Beide kunnen onderdeel uitmaken van een dialoog. Wat voorop moet blijven staan is dat je verantwoordelijkheid blijft voelen voor de ander. Dan maak je ruimte voor een praktijk waarin verschillen worden gerespecteerd.  


Hierbij komt ze tot een bijzondere vorm van morele educatie: leren door luisteren. De dialoog is in deze benadering geen middel om cohesie te bevorderen, maar een praxis waarin samenleven vorm krijgt en verschillen kunnen bestaan. Levy bepleit het creëren van plaatsen van ‘uitwisseling’ die niet direct aan een bepaalde groep kunnen worden toegekend: publieke plaatsen voor dialoog. Dan kan een dialoog meerwaarde hebben voor een diverse stad als Rotterdam en de democratische veerkracht bevorderen.  


Filosofe Liesbeth Levy (1964) was eerder werkzaam bij debatcentra de Rode Hoed en de Balie in Amsterdam. In Rotterdam was zij hoofd debat bij de Rotterdamse Kunststichting en artistiek leider van debatcentrum de Unie. Tijdens Rotterdam 2001 culturele hoofdstad van Europa was zij stafmedewerker debat en vertoog en onder meer verantwoordelijk voor het project ‘Preken voor Andermans Parochie’. Sinds 2014 is ze directeur van LOKAAL, het centrum voor democratie in Rotterdam. 

In de jaren na 9/11 organiseerde het gemeentebestuur van Rotterdam achtereenvolgens twee totaal verschillende dialooginitiatieven om een gesprek op gang te brengen tussen haar burgers over politiek gevoelige thema’s: De Dag van de Dialoog en de Islamdebatten. Wat kunnen we leren van deze initiatieven, en in hoeverre waren dit ook echt dialogen? Deze vragen staan centraal in het onderzoek van Liesbeth Levy: Dialoog, meer dan een pacificatie instrument. Lessen uit Rotterdam. Zij verdedigt dit proefschrift vandaag aan de Universiteit voor Humanistiek.

Pagina delen