Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Wij verzoeken u om cookies te accepteren. Meer info

‘Waren we goed of fout?’ Hoe we in Nederland omgaan met gevoelige geschiedenis


4 december 2023


Hoe geven we in Nederland betekenis aan de collectieve herinnering aan gevoelige geschiedenis, zoals de Holocaust en het slavernijverleden? Hoe komt het dat daderschap onderbelicht blijft? Joandi Hartendorp onderzocht de beelden en verhalen die we gebruiken in het voortgezet onderwijs en interviewde geschiedenisdocenten. Ze ontdekte overeenkomsten in de manier waarop we met het gevoelige verleden omgaan. “Ons beeld blijft beperkt doordat we steeds een bepaalde bril opzetten.” Op 4 december verdedigt ze haar proefschrift Were we good or were we bad? Common Ground in Dutch Slavery and Holocaust Education aan de Universiteit voor Humanistiek.


In haar proefschrift onderzoekt Joandi Hartendorp de vraag hoe we in Nederland betekenis geven aan de herinnering aan twee gevoelige episodes in de Nederlandse geschiedenis: de Holocaust en het slavernijverleden. Hierin legt ze de nadruk op het gebruik van beelden en verhalen in de collectieve en culturele herinnering. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen in de manier waarop verhalen worden verteld en beelden worden doorgegeven? In de behandeling van beide geschiedenissen blijft het daderschap in Nederland vaak onderbelicht. Hoe komt dat?


Om dit te onderzoeken analyseerde ze de beelden en verhalen in het voortgezet geschiedenisonderwijs en sprak ze met geschiedenisdocenten. De Holocaust neemt in het onderwijs een prominentere plek in dan het slavernijverleden, dat is een groot verschil. Toch zag ze ook overeenkomsten in de manier waarop er naar de geschiedenis wordt gekeken. Zo merkte ze op dat in beide geschiedenissen op vergelijkbare wijze Nederlands daderschap genuanceerd wordt. 


Joandi: “Bij de Holocaust hebben we het niet over daderschap, maar over collaboratie. In geschiedenisonderwijs zoomen docenten in op de individuele omstandigheden van collaborateurs. Men had geen eten, men had geen geld, men moest wel. Wat zou jij gedaan hebben? Dit soort stellingen moeten ervoor zorgen dat leerlingen zich kunnen inleven in keuzes die mensen maakten. Maar het waren wel keuzes met desastreuse gevolgen voor Joodse slachtoffers. Het is dan dus belangrijk dat tegelijkertijd ook de consequenties van de keuzes in beeld gebracht worden. Hier hoort een ander verhaal tegenover te staan.”


Ze vervolgt: “Nuanceren gebeurt ook bij slavernijonderwijs. Hier ligt de nadruk niet op het individu, maar juist op de historische context. ‘Toen was slavernij iets heel normaals’, hoor je vaak. Dat is een Eurocentrisch uitgangspunt, want als we tot slaafgemaakten zouden vragen of ze slavernij normaal vonden, dan is het antwoord ‘nee’. Vanaf het moment dat totslaafgemaakten door Europeanen naar de Amerika’s gebracht werden, was er sprake van slavenopstanden en verzet. Ook dit is een belangrijk deel van de Nederlandse geschiedenis van slavernij.”

Meer stemmen

Joandi Hartendorp zag ook dat zowel Joden als totslaafgemaakten niet weergegeven worden als complexe individuen, met hun eigen drijfveren. Het gaat óf om daders óf om slachtoffers. “We kunnen meer stemmen laten horen. Zo is de geschiedenis van de slavernij en de afschaffing ervan ook een geschiedenis van emancipatie en verzet. En de geschiedenis van de Joden in Nederland is breder dan het dominante narratief van passieve gedeporteerden en de Joodse Raad.” 


Wat wij met geschiedenisles in de schoolbanken leren, vormt een basis in onze herinneringscultuur.  Om hier zicht op te krijgen maakt Joandi in haar proefschrift een uitgebreide analyse van onderwijspraktijken van beide geschiedenissen aan de hand van het concept ‘sociale verbeelding’. Ze legt uit: “Je zou het kunnen omschrijven als een bril. Verhalen krijgen kleur doordat je een bepaalde bril opzet. Er zitten bepaalde impliciete waarden en ideeën achter. Met het opzetten van die bril, verdwijnt er ook iets uit het oog. Ik zag dit op vergelijkbare manieren gebeuren in beide lespraktijken. Als we ons hier van bewust zijn, kunnen we op zoek gaan naar alternatieve verhalen. Dan kunnen we een inclusiever beeld ontwikkelen van de Holocaust en het slavernijverleden, waarin daderschap een plek krijgt en recht gedaan wordt aan de perspectieven van de slachtoffers en hun nazaten.” 

Hoe geven we in Nederland betekenis aan de collectieve herinnering aan gevoelige geschiedenis, zoals de Holocaust en het slavernijverleden? Hoe komt het dat daderschap onderbelicht blijft? Joandi Hartendorp onderzocht de beelden en verhalen die we gebruiken in het voortgezet onderwijs en interviewde geschiedenisdocenten. Ze ontdekte overeenkomsten in de manier waarop we met het gevoelige verleden omgaan. “Ons beeld blijft beperkt doordat we steeds een bepaalde bril opzetten.” Op 4 december verdedigt ze haar proefschrift 'Were we good or were we bad? Common Ground in Dutch Slavery and Holocaust Education' aan de Universiteit voor Humanistiek.

Pagina delen