Direct naar inhoud

Autonomie versus veiligheid: het dilemma van sociaal werkers bij partnergeweld

Gepubliceerd op:

Wat te doen als een vrouw na huiselijk geweld haar partner verlaat en toch weer besluit terug te keren? De reflex om in te grijpen botst op een fundamentele grens: die van de autonomie van de vrouw. Hulpverleners die werken in de context van huiselijk geweld hebben te maken met een ingewikkeld spanningsveld waar geen duidelijke richtlijnen voor zijn, zo blijkt uit het promotieonderzoek van Chloé Roegiers Mayeux.

Roegiers Mayeux verrichtte onderzoek naar de opvang van vrouwen met en zonder migratieachtergrond die slachtoffers waren van huiselijk geweld in Nederland. Op 23 april verdedigde ze aan de Universiteit voor Humanistiek haar proefschrift Fragmented Solidarities: on Female Survivors of Domestic Violence with a Migration Background in the Netherlands.

Of het nu gaat om een opvang of thuis: wanneer een vrouw de stap zet om haar gewelddadige relatie te verlaten, kan ze begeleiding krijgen om haar leven opnieuw op te bouwen na traumatische ervaringen. Roegiers Mayeux interviewde onder andere 37 sociaal werkers in de vrouwenopvang en onderzocht de bredere context van deze opvang. Zo keek ze ook naar de instituties en het beleid van de vrouwenopvang en de familienetwerken om de vrouwen heen.

Terugkeer

In de praktijk blijkt dat sommige vrouwen uiteindelijk twijfelen of beslissen om terug te keren naar hun partner, ook wanneer sociaal werkers dit inschatten als onveilig. Sociaal werkers geven aan dat ze in zulke situaties vaak met een gevoel van machteloosheid achterblijven. Ze willen de vrouw in veiligheid houden, maar moeten tegelijk haar beslissingsrecht respecteren. Richtlijnen of duidelijke handvaten hierover zijn beperkt.

Hulpverleners ontwikkelen daardoor eigen benaderingen, afhankelijk van de situatie. Wanneer een terugkeer bijvoorbeeld samenhangt met druk van de familie, proberen sociaal werkers cultureel te bemiddelen of sleutelfiguren uit het netwerk te betrekken in gesprek met de familie. Gaat het eerder om hoop op verandering bij de partner, dan zetten ze vaak in op geleidelijke contactmomenten en het versterken van inzicht in patronen van geweld. In situaties waar kinderen betrokken zijn, durven hulpverleners explicieter te wijzen op maatregelen om eerstgenoemde te beschermen. In sommige gevallen houden sociaal werkers zelfs stiekem contact wanneer de vrouw effectief terugkeert naar de partner.

Deze uiteenlopende praktijken tonen aan dat interventies sterk situationeel zijn, zonder eenduidig kader. Hoe sociaal werkers hiermee omgaan, blijft dus grotendeels een kwestie van reflectie en professionele afweging. In de keuzes die de vrouwen zelf maken over hun toekomst spelen tal van factoren een rol, niet alleen hun culturele achtergrond. Roegiers Mayeux benadrukt de noodzaak van een benadering die rekening houdt met deze onderling verweven factoren.

Let op: er rust een embargo op de download van 6 maanden. Je kunt een Engelse samenvatting lezen. Lees eventueel ook: Roegiers Mayeux, C., Saharso, S., Tonkens, E., & Darling, J. (2025). Support and Autonomy: Social Workers’ Approaches in Dutch Shelters for Female Survivors of Domestic Violence. Social sciences, 14(4), 241.