Direct naar inhoud

Henk den Uijl: ‘Morele verantwoordelijkheid gaat altijd gepaard met risico’

Gepubliceerd op:

Op 16 oktober sprak prof. dr. Henk den Uijl, bijzonder hoogleraar Filosofie van bestuur en beleid, zijn inaugurele rede uit. Zijn leerstoel aan de UvH is ingesteld door de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Portret van Henk den Uijl

Waarover gaat je oratie, in het kort?

“Over de vraag hoe bestuurders, beleidsmakers en ambtenaren in een tijd van onzekerheid en onmacht toch morele verantwoordelijkheid kunnen dragen. Onze instituties zijn groot en complex geworden en we hebben het gevoel dat we bestuurlijk vastlopen. Kun je dan nog verantwoordelijk zijn voor zaken waarover je nauwelijks controle hebt? Ik betoog dat dit kan, maar dan moet je bereid zijn om risico te nemen. Soms betekent dat dat je je verzet tegen een wet, regel of bestuurlijke gewoonte, op basis van wat je in een concrete situatie ziet gebeuren.”

Je oratie heeft als titel ‘de sprong wagen’. Wat bedoel je daarmee?

“Met de sprong wagen bedoel ik dat je ergens verantwoordelijkheid voor neemt en daar iets voor op het spel zet. Morele verantwoordelijkheid gaat altijd gepaard met risico. Je blijft dan niet hangen in mooie woorden, controle en risicomanagement, en je verliest je ook niet in eindeloos twijfelen. Het komt feitelijk neer op het weer leren waarderen en gebruiken van het oordeelsvermogen in concrete gevallen. Bestuurlijk betekent dat, onder andere: erkennen dat wet en beleid niet almachtig en alwetend zijn, en daar ook consequenties aan verbinden.”

Je maakt regelmatig een uitstapje naar Hamlet, het beroemde toneelstuk van Shakespeare. Wat hebben Hamlet en Polonius ons te leren?

“Ze laten twee manieren zien waarop verantwoordelijkheid kan mislukken. Polonius, de adviseur van de koning, schudt de ene mooie levenswijsheid na de andere uit zijn mouw. Je kunt ze zo vertalen naar moderne bestuurlijke taal: ‘wees transparant’, ‘volg je moreel kompas’, ‘handel naar de bedoeling’. Maar ondertussen is het enige dat hij feitelijk doet het in stand houden van spionage, surveillance en controle. Hij wil vooral dat alles voorspelbaar blijft en mensen in de pas lopen. Hij gebruikt de moraal om het systeem intact te laten. Modern bestuur doet dat ook wel: veel praten over waarden, terwijl er niets verandert en weinig wordt geriskeerd.

Bij Hamlet is het omgekeerd. Zijn reflectie is oprecht en diepzinnig, maar ze verlamt hem. Hij twijfelt aan de zin van zijn handelen, aan wat hij kan weten en aan zijn eigen motieven. Daardoor stelt hij steeds uit, tot de omstandigheden hem tot impulsief handelen dwingen. Ook dat zien we in bestuur: een besluit dat steeds wordt uitgesteld omdat gedeelde grond, laat staan compromis, in politiek en samenleving nauwelijks nog mogelijk is. Maar de werkelijkheid dringt zich vroeg of laat aan ons op.

Beiden nemen geen risico en dragen daardoor uiteindelijk geen verantwoordelijkheid. De opgave is om de eerlijke reflectie van Hamlet te omarmen zonder te verstenen, en de moraal van Polonius niet als schaamlap te gebruiken.”

Waarom is het belangrijk hier juist nu bij stil te staan?

“Hamlet roept: ‘de tijd is uit het lood geslagen’. Die parallel met onze tijd is niet moeilijk te zien. Er is dreiging, angst en ontevredenheid. De overheid is nauwelijks nog te doorgronden. We voelen ons een speelbal van internationale grootmachten en brutalisme. Tegelijkertijd is morele taal, over ‘de bedoeling’, ‘moed’ en ‘leiderschap’, in bestuurlijke kringen dominant geworden. Daar zit iets moois in, maar het is ook vrijblijvend en kan een vorm van zelfrechtvaardiging worden. En omdat niemand het kan oneens zijn met die mooie moraal, daarmee het nemen van risico uitblijft, worden verandering en hoop gesmoord.

Daar komt bij dat we de oplossing steeds meer zoeken in wetten, regels, compliance en controle. Dan krijgt de abstracte regel een morele reikwijdte die ze in concrete gevallen niet kan waarmaken. Dat kan totalitaire trekken aannemen. Ongehoorzaamheid als correctiemechanisme is een hoeksteen van de democratie, zoals filosofen als Rawls, Schuyt en Ricoeur laten zien. Wie die ruimte wegneemt of onmogelijk maakt, vertoont een totalitaire tendens. Ongehoorzaamheid wordt nu eerder verdacht gemaakt en ingesnoerd dan dat er ruimte voor komt, bijvoorbeeld bij protestacties en demonstraties. Dat is buitengewoon zorgelijk.”

Kun je een voorbeeld geven?

“Ik geef er twee uit mijn onderzoekspraktijk. Het eerste gaat over twee schoolbesturen die op een aantal scholen willen stoppen met de wettelijk verplichte doorstroomtoets. De toets is bedoeld om kansengelijkheid te bevorderen, en daar zijn aanwijzingen voor. De scholen zien in de praktijk ook tegenovergestelde effecten: perverse prikkels om op toetsscores te sturen, en stress en druk bij kinderen. Ze ontwikkelen een eigen pedagogische visie en kwaliteitssysteem en besluiten, in overleg met ouders, de toets af te schaffen. Het risico is groot. De sector komt in rep en roer en ministerie en inspectie dreigen met in een spoedaanwijzing met het oordeel wanbeheer. Dit is burgerlijke ongehoorzaamheid met het oog op een publieke waarde, gerechtvaardigd op een manier die voor ouders en andere burgers herkenbaar en volgbaar is.

Het tweede gaat over ambtenaren van Buitenlandse Zaken en andere departementen die elke donderdag tijdens de lunch bijeenkomen voor het ministerie. Ze vragen of Nederland zich op grond van artikel 90 van de Grondwet niet moet inzetten tegen de manier waarop Israël de Palestijnen onderdrukt. Ze nemen een groot risico, voor hun carrière en voor de verhouding tussen politiek en ambtenarij. De demonstranten redeneren vooral juridisch en beroepen zich op de grondregels van de overheid zelf, niet op persoonlijke politieke opvattingen. Zo laten ze zien dat je als ambtenaar moreel kunt redeneren en toch loyaal kunt blijven.

In beide gevallen wordt moreel geredeneerd, maar met consequenties en risico’s. Het lot van Polonius wordt ontweken, en ook dat van Hamlet: ze leggen zich niet neer bij een systeem dat onrechtvaardige of ambivalente uitkomsten kan opleveren.

Beide casussen laten ook zien hoe wet en regel in de moderne bestuurscultuur totalitaire trekken kunnen aannemen. Dat gebeurt met een Polonius-achtige zelfrechtvaardiging: het model is toch goed; het is toch besloten; het is toch berekend. Zo’n houding maakt ongehoorzaamheid bij voorbaat verdacht, omdat die de objectiviteit en eenduidigheid in de weg staat. Ondertussen wordt er een macht uitgeoefend die alle adem uit de samenleving lijkt te benemen.”

Waarom moeten we ook oppassen voor een overdosis aan ethiek?

“Daar maak ik twee kanttekeningen bij. Ten eerste kan ethiek, zeker als die hooggestemd is, in de weg zitten om te begrijpen wat er aan de hand is. Te snel de moraal erbij halen kan zelf een vorm van manipulatie of zelfoverschatting zijn. Als alles ethiek is, is niets ethiek, om Foucault te parafraseren. Vaak doe je gewoon je werk. Anders giet je overal een ethisch sausje overheen en is de legitimatie voor je handelen vanzelf gegarandeerd. Dat is het lot van Polonius.

Ten tweede: wie altijd het goede wil doen, handelt niet vanzelf moreel verantwoordelijk. Daarin volg ik Machiavelli. Wie in alle omstandigheden het goede wil doen, schrijft hij, gaat onder te midden van de velen die dat niet doen. Dat is geen pleidooi voor kwaadaardigheid. Het gaat Machiavelli niet om de vraag of je jezelf in de spiegel kunt aankijken, maar om wat je handelen in de wereld teweegbrengt. Verantwoordelijkheid in de politiek wordt beoordeeld op de gevolgen en niet op de zuiverheid van je bedoelingen.

Soms is het verleidelijk om iets goeds te doen dat politiek toch problematisch is. Neem de neiging om elke vorm van tegenspoed financieel te compenseren. Die lijkt moreel vanzelfsprekend, maar leidt tot grote bestuurlijke problemen, zoals Pieter Hasekamp van het CPB waarschuwt voor de ‘compensatiesamenleving’. Soms vraagt verantwoordelijk besturen dus dat je ‘nee’ zegt tegen iets dat moreel goed lijkt. Wie altijd moreel goed wil zijn, eindigt zoals Hamlet: verlamd, en niet meer in staat om politiek te denken en verantwoordelijkheid te nemen.”

Over Henk den Uijl

Prof. dr. Henk den Uijl is bijzonder hoogleraar Filosofie van bestuur en beleid aan de Universiteit voor Humanistiek. Hij is co-decaan, docent en onderzoeker aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) en publiceert veelvuldig op het terrein van bestuur, filosofie en toezicht. Hij is lid van de raad van toezicht van de JP van den Bent stichting (gehandicaptenzorg), redacteur van het Filosofie-Tijdschrift en columnist bij het Nederlands Dagblad.