Training voor imams over de Nederlandse samenleving
Projectleiders Rabia Karaman van het Contactorgaan Moslims in Nederland (CMO) en Laurens ten Kate, emeritus-hoogleraar Filosofie en Religiewetenschappen aan de Universiteit voor Humanistiek (UvH), vertellen over het Trainingsprogramma Imams in Nederland (‘TIN1’), een samenwerking tussen het CMO en de UvH. “Deze training draagt bij aan wederzijds begrip.”
Rabia: “De training is ontstaan uit een behoefte van de moslimgemeenschap. De meeste imams en moskeemedewerkers – mannen en vrouwen – leven en werken al geruime tijd in Nederland en spreken de taal. Toch zijn velen van hen opgegroeid en opgeleid in het land van herkomst. Daarom hebben zij meer kennis van de Nederlandse samenleving nodig. In het land van herkomst is een imam meestal alleen een gebedsleider, maar in Nederland is hun rol breder: naast begeleiding op het religieuze gebied behandelen ze ook maatschappelijke onderwerpen zoals vragen over opvoeding of mentale gezondheid.”
Open houding en nieuwsgierigheid naar elkaar
Laurens: “Ons uitgangspunt is een open humanisme, waarin plaats is voor verschillende levensbeschouwingen. Dat sluit mooi aan bij het onderwijs over religie en levensbeschouwing dat we aan onze studenten geven. De UvH wil zich graag profileren als een centrum voor interlevensbeschouwelijke dialoog.
Zoals de filosoof Charles Taylor schrijft: religie verdwijnt niet als in de moderne tijd de secularisering opkomt, maar ze levert op een nieuwe wijze een bijdrage aan de samenleving. Ook de islam draagt aan de seculiere samenleving en haar democratische rechtsstaat bij, en heeft dat door de geschiedenis heen gedaan. Om de samenleving van nu te begrijpen is het van groot belang die bijdrage te onderzoeken.”
Rabia: “Voor het CMO was het belangrijk een samenwerkingspartner te vinden die niet alleen academisch en onderwijskundig sterk is, maar ook open staat voor samenwerking met maatschappelijke organisaties. De open en nieuwsgierige houding van de UvH sprak mij meteen aan toen we verkennende gesprekken met elkaar voerden. Ik proefde oprechte interesse in een bijdrage aan de praktische ontwikkeling van imams én aan de samenleving.
De UvH begreep dat ook de moslimgemeenschap haar eigen ontwikkelingsmogelijkheden nodig heeft, zoals andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen in Nederland die al hebben, want investering in de ontwikkeling van de imams is een investering in de hele gemeenschap. Imams en andere moskeemedewerkers staan dagelijks in contact met een veel grotere groep Nederlandse moslims en hun gezinnen.”
Leren van elkaar
Laurens: “De training duurt van september 2026 tot en met mei 2027 en wordt verzorgd zowel door eigen docenten van de UvH als externe deskundigen. De deelnemers hebben verschillende achtergronden: Marokkaans, Turks, Bosnisch of Surinaams. Zoals gezegd, een deel is al langer in Nederland of zijn zelfs hier opgegroeid.
De deelnemers maken eerst kennis met de Nederlandse samenleving: wat is de democratische staatsinrichting, wat is een rechtsstaat en hoe verhoudt die zich tot religieuze tradities? Daarna gaan we door met het Nederlandse onderwijssysteem en de geestelijke verzorging. Daarbij besteden we natuurlijk speciaal aandacht aan de islamitische geestelijke verzorging in Nederland. Vervolgens verzorgen we een module over medisch-ethische dilemma’s, zoals levensbeëindiging, abortus of vraagstukken als hoe lang je een terminaal zieke behandelt.”
Rabia: “Ook hebben we een module over interlevensbeschouwelijke dialoog. Een nog andere module gaat over polarisatie, angst voor de islam en moslims, inclusief de beeldvorming die daarbij hoort. Mediatraining en een excursie naar de Mediapark maken deel uit van het programma.
Laurens: De training sluit af met een module waarin we terugkeren naar de traditionele islamitische bronnen: hoe lezen we de Koran en de andere teksten uit de islamitische geschiedenis, na alles wat we geleerd hebben over Nederland? Daarbij kunnen de deelnemers ook van elkaar leren, want ze zijn afkomstig uit verschillende tradities en culturen.”
Wat hopen we te bereiken met de training?
Rabia en Laurens: “We vinden dat de training geslaagd is als de deelnemers na afloop de kennis en vaardigheden hebben ontwikkeld die ze kunnen toepassen bij hun werk en daarmee verbinding stimuleren tussen verschillende gemeenschappen. Voor ons is TIN1 daarom meer dan een trainingsprogramma. We hopen dat dit het begin is van een langdurige samenwerking waarin we elkaar ook in de toekomst weten te vinden rondom maatschappelijke vraagstukken.”
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Het trainingsprogramma is gezamenlijk ontwikkeld door de UvH en het CMO, en beide organisatie delen met elkaar de eindverantwoordelijkheid. De UvH brengt academische expertise in, verzorgt de communicatie en publiciteit, en is penvoerder van het project. Het CMO zorgt voor de werving van cursisten en voor de aansluiting bij de Nederlandse moslimgemeenschappen en de beroepspraktijk van imams. De UvH ontvangt subsidie voor dit programma van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.