Direct naar inhoud

‘Jongerenwerk kan een positief verschil in het leven van jongeren maken’

Sebastian Abdallah
Sebastian Abdallah
Universitair docent

Sebastian Abdallah is universitair docent bij de leerstoel Sociaal Werk. Hij vertelt over zijn onderzoek naar jongerenwerk.

“Mijn opleidingsachtergrond is in culturele en maatschappelijke vorming, dat later onderdeel van sociaal werk is geworden. Ik was altijd al geïnteresseerd in wat er met jongeren gebeurt die het niet lukt aansluiting te vinden in de samenleving. Wat zegt het over de jongeren, en wat zegt het over de maatschappij? Vaak is het uitgangspunt dat het de jongeren zijn die moeten veranderen, maar ik vind het relevanter te kijken in wat voor samenleving ze terecht komen, en hoe je die zo kunt verbeteren dat de jongeren er wel bij willen en kunnen horen. Die maatschappijkritische insteek hanteren we ook in de master Sociaal Werk en Sociale Rechtvaardigheid. Het gaat om het belichten van precies dit soort maatschappelijke kwesties vanuit wetenschappelijk perspectief.”

Jongeren laten weten dat ze meetellen

“Ik voelde altijd al betrokkenheid bij mensen wiens stem niet gehoord wordt of die worstelen met hun leven zonder dat iemand het doorheeft. Na mijn opleiding kwam ik in het jongerenwerk terecht en werkte ik met jongeren die als hopeloos werden bestempeld al voordat ze iets gedaan hadden. Ook hadden ze weinig zelfvertrouwen en vonden zij dat ze niets met hun leven konden beginnen. Voor hen wilde ik iets betekenen. Toen ik twee jaar geleden bij de Universiteit voor Humanistiek kwam werken, vond ik dat mijn onderzoek goed aansloot bij het humanistisch gedachtengoed.

Als jongerenwerker probeer je de jongeren iets aan te bieden dat aantrekkelijk voor ze is: sport of andere vrijetijdsactiviteiten. Vaak wonen de jongeren in buurten waar weinig mogelijkheden zijn en hebben hun ouders beperkte middelen. Door die activiteiten bouw je een relatie met hen op, en van daaruit kun je met hen verder werken aan allerlei onderwerpen. Als je dan met hen praat, bijvoorbeeld over wat een goed leven is, komen ze er vaak snel achter dat ze eigenlijk wel iets met de maatschappij te maken hebben en daarin ook een rol hebben te spelen. Ook liet ik ze zelf activiteiten organiseren, zoals voetbalwedstrijden. Zo geef je ze mee dat ze meetellen en trots op zichzelf kunnen zijn. Op die manier laat je ook de omgeving zien dat stereotyperingen over jongeren als ‘overlastgevend,’ ‘niet constructief of positief willen zijn’ of zelfs ‘bedreigend’ geen recht doen aan de werkelijkheid.”

Jongerenwerk verder ontwikkelen

“Toen ik sociologie ging studeren, merkte ik dat sociale wetenschappen me hielpen de maatschappij en de positie van de jongeren beter te doorgronden. Dat maakte mijn denken genuanceerder dan daarvoor. Ik ging preciezer kijken en kon zo beter recht doen aan de werkelijkheid waarin de jongeren leven. Dat helpt me nu als onderzoeker om bij te dragen aan de ontwikkeling van het jongerenwerk, de mogelijkheden die er zijn, maar ook de grenzen beter aan te geven. Als jongerenwerker kun je niet alles op je eigen schouders nemen.

In het begin van mijn onderzoeksloopbaan heb ik gewerkt aan methodiekbeschrijvingen om jongerenwerk beter te positioneren en profileren. Na mijn promotie ben ik me meer gaan richten op de bijdrage van jongerenwerk en vergelijkbare beroepen aan grotere kwesties in de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan het tegengaan van racisme en discriminatie, of aan wat jongeren doormaakten tijdens en na de coronaepidemie, situaties waarmee de overheid moeilijk weet om te gaan. Jongerenwerkers kennen de wereld van jongeren van binnenuit. Dat geeft hen een goede  positie om volwassenen te betrekken bij de projecten en ambities van jongeren. Jongeren, jongerenwerkers en andere volwassenen kunnen samenwerken aan ‘wereldverbetering’ in het klein. Dat is voor iedereen leerzamer en hoopvoller dan jongeren te laten werken aan een cv voor een wereld waar ze niet in passen.”