Direct naar inhoud

‘Dit vak leert je kritisch kijken naar wat er achter beleid zit’

Andries Hiskes en Brechje Dirkmaat
Andries Hiskes en Brechje Dirkmaat
Universitair docent en student master Zorgethiek en Beleid

Universitair docent Andries Hiskes en Brechje Dirkmaat, masterstudent en verpleegkundige, vertellen over het vak Zorgethiek en beleid in zorg- en welzijnsorganisaties, een onderdeel van de master Zorgethiek en Beleid.

Andries: “We leven in een participatiesamenleving, waarin vaak beroep wordt gedaan op het eigen netwerk van mensen. Van een patiënt wordt bijvoorbeeld verwacht dat die een netwerk heeft om te mobiliseren voor ondersteuning, maar niet iedereen heeft zo’n netwerk. Dat brengt spanning met zich mee: aan de ene kant de toenemende nadruk vanuit de overheid om steeds meer gemeenschappelijk te doen, aan de andere kant de onrealistische verwachtingen op het vermogen van individuele mensen om jezelf te organiseren. In dit vak kijken we naar de manieren waarop beleid tot stand komt en welk gedachtegoed erachter ligt.”

Brechje: “In de zorg heb je veel te maken met beleid. Als zorgverlener is je keuzeruimte beperkt als je moet beslissen wat te doen in een bepaalde situatie. Ik werk momenteel in de palliatieve zorg, en daar heb je bredere grenzen aan wat je als verpleegkundige wel mag doen. In een ziekenhuis zit veel meer vastgelegd in protocollen. Dit vak heeft me geleerd kritischer te kijken naar de inhoud en impact van het beleid.”

Een oefening in kritisch denkvermogen

Andries: “Het vak is een combinatie van hoor- en werkcolleges. In de hoorcolleges gaat het over de achtergrond van beleidsvorming, de waarden die eraan ten grondslag liggen, bijvoorbeeld efficiëntie of marktwerking. In de werkcolleges lezen we wetenschappelijke teksten, en daarnaast werken de studenten in groepjes aan hun eigen beleidsanalyse. Daarbij bestuderen ze hoe een beleidstekst in elkaar zit en wat begrippen als ‘participatie’ en ‘solidariteit’ in beleid betekenen. Ook leren ze een houding aan te nemen ten opzichte van het beleidsstuk dat ze analyseren. Daarmee is het vak een oefening in kritisch denkvermogen.

We beginnen het college met de vraag wat jij als student denkt dat het beleid voor invloed op jouw leven heeft. Eerst komt het de studenten vaak voor als een ver-van-hun-bed show, maar gedurende de colleges zien ze dat beleid eigenlijk overal invloed op heeft: in de eigen wijk, bij de gemeente, in de zorg en op andere domeinen van het leven. Dat inzicht vergroot de persoonlijke betrokkenheid van de studenten.”

Verschillende inzichten

Brechje: “Aan de groepsopdracht werken we samen met studenten van de master Humanistiek. [In de master Humanistiek heet het vak Ethiek en beleid voor een humane en zorgzame samenleving. – red.] Het zijn kleine groepjes, telkens ongeveer vijf studenten. Ik vind de combinatie heel waardevol, want zo kunnen we putten uit meerdere kennisbronnen en perspectieven. Bij Zorgethiek en Beleid komen veel studenten uit het werkveld, bij Humanistiek hebben de studenten weer heel uiteenlopende achtergronden.”

Andries: “Ik zie zeker meerwaarde in de kruisbestuiving tussen de twee opleidingen. De studenten Zorgethiek en Beleid kennen elkaar al goed als dit vak begint, en het is een waardevol moment voor ze om nieuwe gezichten tegen te komen. Zo krijg je weer nieuwe ideeën en inzichten erbij. De kruisbestuiving brengt een ander type vragen met zich mee. Ze hebben misschien wel dezelfde vragen al eerder in de opleiding behandeld, maar vanuit een andere invalshoek. Er zijn tegelijkertijd ook raakvlakken, want veel masterstudenten Humanistiek zijn gericht op geestelijke verzorging. Die verschillen in de manier van vragen stellen werken stimulerend voor beide groepen.”

Brechje: “In onze gesprekken verschillen we vaak van mening, en dat maakt de discussie juist zo waardevol. Van die meningsverschillen leer je het meest, want zo leer je van je eigen visie en veronderstellingen af te stappen.”

Andries: “Een van de kernvragen in het vak is hoe je een probleem representeert. Bijvoorbeeld: verpleegkundigen hebben veel te veel werk te doen. Vaak wordt het probleem bij de verpleegkundigen zelf gelegd: wat kunnen zij aan het probleem doen? Maar je kunt ook onderzoeken hoe je het systeem van de zorg anders kunt organiseren. Hoe zou je het systeem anders kunnen inrichten, zodat bijvoorbeeld de werkdruk vermindert? We kijken niet meteen naar oplossingen maar vragen ons waarom het probleem op die bepaalde manier in elkaar zit, en of je het ook anders zou kunnen voorstellen. Mijn hoop is dat studenten dat andere perspectief bij hun werk kunnen toepassen, zodat ze niet automatisch meegaan met de manier die hen voorgedragen wordt. Het gaat dus om een andere manier van het probleem benaderen, niet direct om het vinden van een oplossing.”

Brechje: “Want de manier van weergave bepaalt het probleem. Uiteindelijk wordt dat een soort maatschappelijk vocabulaire, dat iedereen gebruikt zonder er verder bij na te denken.”

Contextuele benadering

Brechje: “Voor mij was dit vak een verrassing in die zin dat het veel diepgaander is dan ik had verwacht. Die beleidsanalyses die ik voorheen kende waren vooral kwantitatief, gebaseerd op harde data. Maar in dit vak kijken we vooral naar wat er in het beleid zit en wat ermee gezegd wordt. Dat vind ik veel interessanter dan de kwantitatieve gegevens. Eigenlijk zou beleidsvorming moeten beginnen met wat het beleid is, en niet met de werking ervan.

Ik werd ook verrast door hoe praktisch we bij deze studie ethische problemen benaderen. Ethiek houdt zich traditioneel bezig met hypothetische scenario’s. Dat is altijd op een afstand. Maar bij deze studie benaderen we ethische vraagstukken vanuit werkelijke situaties zoals mensen die beleven.”

Andries: “De kern van zorgethiek is de vraag naar wat goede zorg is in deze tijd en in een bepaalde context. We kijken wat er in de wereld gebeurt. De opleiding is theoretisch, maar we koppelen de theorie aan de praktijk. Zo zie je werkelijk wie er allemaal bij bepaald beleid betrokken zijn en voor wie het beleid gevolgen heeft. Het gaat om de wisselwerking tussen theorie en praktijk.

Typerend voor onze studenten is dat ze vaak waarom-vragen stellen. In hun werk zijn ze vaak betrokken bij de vormgeving van de werkpraktijk, en niet alleen aan het uitvoeren. Hun achtergronden zijn heel divers—van antropologen en filosofen tot verpleegkundigen en docenten—en dat heeft absoluut een meerwaarde. Veel studenten kiezen deze opleiding niet om ander werk te gaan doen, maar om hun werk op een andere manier te leren doen. Als je anders wil leren kijken naar vraagstukken, dan is deze universiteit voor je geschikt.”