Deze website maakt gebruik van cookies

Wetenschapstheorie, Methodologie en Onderzoeksleer

Over de kwaliteit van studies naar prostitutiebeleid en mensenhandel

Aan de grenzen van het meetbare heet het onderzoeksrapport dat onderzoekers uitvoerden in opdracht van het WODC, het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. 


Steeds meer stemmen komen op dat legalisering van prostitutie zoals in Nederland mensenhandel in de hand werkt. Zo voerde de ChristenUnie maandenlang campagne om legalisering op te heffen en over te stappen op een variant van het zogenaamde Zweedse model: beleid waarbij de klant strafbaar wordt gesteld. Maar welk beleid er ook gevoerd wordt in West Europa: we kunnen geen valide uitspraken kunnen doen over het effect van dit beleid op mensenhandel. Dat is de uitkomst van het rapport Aan de grenzen van het meetbare.


PDF-bestandBekijk het rapport
Aan de grenzen van het meetbare De methodologische kwaliteit van internationale studies naar de omvang van aan prostitutie gerelateerde mensenhandel met nadruk op Noordwest Europa (mei 2016)


De aanleiding voor de literatuurstudie was een motie vorig jaar van Segers/van der Staaij van de ChristenUnie, waarin zij vroegen om een wetenschappelijke vergelijking te maken van het prostitutiebeleid tussen landen in Noordwest-Europa en het effect van dat beleid op de omvang van mensenhandel in de betreffende landen. 


Het onderzoek richtte zich specifiek op Nederland, België, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Duitsland en Groot Brittannië. Deze landen dekken samen de belangrijkste, voor vergelijkend onderzoek relevante, vormen van prostitutiebeleid, en hebben een infrastructuur die in principe het best mogelijke onderzoek naar de omvang van mensenhandel mogelijk maakt. Er werden 172 studies geïdentificeerd, waarna de resultaten van 46 studies gebaseerd bleken op empirisch onderzoek.


Op basis van de in dit onderzoek beoordeelde studies bleek het niet mogelijk om valide uitspraken te doen over de invloed van beleid op de omvang van mensenhandel. In landen waar sprake is van regulatie vinden de onderzoekers geen overtuigende aanwijzingen voor het schaalmodel (mensenhandel neemt toe), noch voor het substitutiemodel (mensenhandel neemt af).


In landen waar sprake is van criminalisering van prostitutie vinden zij evenmin overtuigende aanwijzingen dat criminalisering leidt tot een verminderde vraag naar prostitutiediensten, noch aanwijzingen dat dit vervolgens leidt tot vermindering van de omvang van aan prostitutie gerelateerde mensenhandel. De kwaliteit van de data waarop de omvangschattingen gebaseerd zijn, is niet goed genoeg voor het maken van valide schattingen. 


Om in de toekomst beter inzicht te krijgen in de relatie tussen prostitutiebeleid en de omvang van mensenhandel, doen de onderzoekers een aantal aanbevelingen voor onderzoek. Zo kan het  bestaande registeronderzoek sterk worden verbeterd door het synchroniseren van de nationale registers, waarbij ook internationale afspraken gemaakt moeten worden voor de verschillende definities van legale en illegale prostitutie, uitbuiting, en mensenhandel. Ook is zogenaamd mixed-method onderzoek op regionale schaal zeer veelbelovend, en kunnen we meer doen met dataverzameling op het internet. 

Onderzoeksteam

Prof. dr. Gerty Lensvelt-Mulders, hoogleraar Methodologie en onderzoeksleer, Universiteit voor Humanistiek 

Dr. Peter Lugtig, Universiteit Utrecht, senior onderzoeker Universiteit Utrecht

Dr. Pien Bos, onderzoeker Universiteit voor Humanistiek

Anne Elevelt, junior-onderzoeker Universiteit Utrecht

Anne Helms (MA), geestelijk raadsvrouw en wetenschappelijk onderzoeker

Een wetenschappelijke vergelijking van het prostitutiebeleid tussen landen in Noordwest-Europa en het effect van dat beleid op de omvang van mensenhandel in de betreffende landen.