Burgerschap en humanisering van de publieke sector

Maatwerk of ongelijkheid – effecten van verschillende bijstandsregimes (afgerond)

  • Looptijd: 2018-2019
  • Status: afgerond

Sinds enkele jaren hebben Nederlandse gemeenten meer vrijheid gekregen om hun eigen bijstandsbeleid vorm te geven. Volgens  de overheid zouden bijstandsgerechtigden daar profijt van hebben. Een beleid dat meer rekening houdt met de lokale omstandigheden zou gemeenten in staat stellen ‘maatwerk’ te leveren en  dat zou mensen sneller aan een betaalde baan helpen. Dit onderzoeksproject (2018-2019) draaide om de vragen: Welke verschillen zijn daardoor eigenlijk precies ontstaan?  En wat vinden bijstandsgerechtigden zelf van deze verschillen? 

Beschrijving

Gemeenten hebben sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 een grote beleidsvrijheid (en beleidsverantwoordelijkheid). De wetgever beoogde hiermee meer lokaal maatwerk mogelijk te maken en daarmee effectiever beleid te voeren, dat mensen sneller van de bijstand naar betaald werk zou helpen. Onbekend is echter wat voor verschillen tussen gemeenten er ontstaan zijn, in hoeverre deze te rechtvaardigen zijn en in hoeverre mensen in de bijstand deze verschillen als rechtvaardig beoordelen. We kijken met name naar vier thema’s waarop gemeentelijk beleid kan verschillen: de tegenprestatie, bijverdienen, handhaving en bijzondere bijstand.


De Participatiewet beoogt mensen in de bijstand te activeren, door zowel meer plichten op te leggen (denk aan de verplichte tegenprestatie) als meer rechten toe te kennen (bijvoorbeeld verruiming van de bijzondere bijstand). Ook kijkt de wetgever naar versoepeling van het recht op bijverdienen. Een combinatie van veel plichten en veel rechten heet een activerend regime (Tonkens 2009). Vanuit de geest van de wet valt te verwachten dat het activerend regime het dominante regime is in Nederlandse gemeenten.


Er zijn op voorhand echter nog drie andere bijstandsregimes te onderscheiden met een andere verhouding tussen rechten en plichten:


  • Een faciliterend regime wordt gekenmerkt door veel rechten - net als activerend regime -, dus ruimhartige bijzondere bijstand en mogelijkheden tot bijverdienen - gecombineerd met weinig plichten, zoals een vrijwillige tegenprestatie met recht op hulp bij het zoeken.
  • Een sanctionerend regime staat het verst af van een faciliterend regime, want het kent veel plichten en weinig rechten. Het stelt de tegenprestatie verplicht en handhaaft streng op die verplichting. Bovendien is er weinig recht op hulp bij het vinden van een passende tegenprestatie. De toekenning van bijzondere bijstand en mogelijkheden tot bijverdienen zijn beperkt of niet mogelijk.
  • Een laissez-faire regime wordt gekenmerkt door weinig rechten en weinig plichten. Het biedt beperkt recht op bijzondere bijstand en bijverdienen is geen recht, maar ook niet verboden. De tegenprestatie is vrijwillig, maar er is ook geen recht op hulp bij het vinden ervan.

Het is mogelijk dat gemeenten voor verschillende groepen verschillende regimes hanteren. Bijvoorbeeld: voor oudere mensen in de bijstand een laissez-faire regime, vanuit de gedachte dat de kans op een baan gering is, maar voor jongeren een sanctionerend regime.


Het onderzoek kende drie fases van analyse. Er werd gestart met een beleidsanalyse teneinde regimes te identificeren. Vervolgens werd er met behulp van CBS-statistieken de effectiviteit van ieder regime onderzocht. Tot slot werden door middel van kwalitatief onderzoek de gevolgen van bijstandsregimes voor de ervaringen van bijstandscliënten onderzocht. Op basis van de onderzoeksresultaten werd beoordeeld in hoeverre het mogelijk is te komen tot een door gemeenten gedragen (juridisch) kader met zowel ruimte voor maatwerk als met rechtvaardige verschillen.

Onderzoekers

Prof. dr. Evelien Tonkens
Dr. Thomas Kampen

Melissa Sebrechts

Resultaten

De belangrijkste bevindingen werden eind 2019 gepresenteerd in een magazine. Hierin zijn ook opgenomen een interview met Trouw, een aantal columns van de onderzoekers, en een hoofdstuk van het boek Werk aan de winkel uitgegeven door het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. 


PDF-bestandDownload magazine

Uitkomsten zijn samen te vatten in 5 conclusies, nader uitgelegd in het magazine.

  1. Het overzicht ontbreekt
  2. Bijstandsregimes: geen effect op gevoelens van rechtvaardigheid
  3. Maatwerk: per individu rechtvaardig, per gemeente onrechtvaardig
  4. Bijstand vooral ervaren als gift of ruil, minder als recht
  5. Voorwaardelijkheid leidt tot negatieve emoties naar andere bijstandsgerechtigden

Sinds enkele jaren hebben Nederlandse gemeenten meer vrijheid gekregen om hun eigen bijstandsbeleid vorm te geven. Dit onderzoeksproject (2018-2019) draaide om de vragen: Welke verschillen zijn daardoor eigenlijk precies ontstaan? En wat vinden bijstandsgerechtigden zelf van deze verschillen?