Deze website maakt gebruik van cookies

ZEB-20: Ethische competenties in zorg- en welzijnsinstellingen (20-21)

Studie-

onderdeel

Ethische competenties in zorg- en welzijnsinstellingen

Engelse titel

Ethical Competence in Care and Welfare Organisations

Code

ZEB-20

Leerlijn

n.v.t.

Studiejaar

Master ZeB

Onderwijs-

periode

Periode III

Omvang

7,5 ECTS

Examinator

Dr. I van Nistelrooij 

(Beoogde)

docent(en)

Dr. I van Nistelrooij, drs. J. Maaskant, dr. H. van Dartel, dr. A. van Doveren

Bijdrage aan eindtermen1. Kennis en inzicht: de afgestudeerde kan
1a filosofische (vooral fenomenologische en zorgethische)  denkstromingen beschrijven en analyseren die relevant zijn voor probleem- en vraagstellingen in relatie tot zorg en samenleving; 1b relevante theorieën over beleid en organisatie in zorg en samenleving benoemen, en de kentheoretische en ethische veronderstellingen daarvan toelichten;

2. Toepassen kennis en inzicht: de afgestudeerde kan
2a de hoofdlijnen en hoofdbegrippen van de zorgethiek vergelijken met benaderingen in de wijsgerige ethiek, de medische ethiek en de bio-ethiek;
2b inzichten uit de deeldisciplines (zorg-) ethiek, beleids- en organisatieleer, op argumentatieve wijze op elkaar te betrekken;c met gebruik van wetenschappelijk (inter)nationale literatuur en kwalitatief empirische (vooral fenomenologische en etnografische) onderzoeksbenaderingen en -methoden zelfstandig een zorgethisch onderzoek opzetten en uitvoeren.

3. Oordeelsvorming: de afgestudeerde kan
3a op maatschappelijk en beleidsniveau vanuit een internationale oriëntatie een beargumenteerde opvatting over zorg in de samenleving naar voren te brengen;
3b een zorgethisch probleem in een complexe situatie uiteenzetten en hiervoor onderbouwde oplossingsmogelijkheden voorstellen en afwegen.   

4. Communicatieve vaardigheden: de afgestudeerde kan
4a zowel academisch als maatschappelijk en op beleidsniveau rapporteren over onderzoeksresultaten en beargumenteerde opvattingen over zorg in de samenleving en daarbij blijk geven van een constructieve en maatschappijkritische houding.

5. Leervaardigheden: de afgestudeerde kan
5a vanuit een open houding (inter)nationale ontwikkelingen op gebied van zorgethiek volgen en de eigen kennis hierover op peil houden.
Leerdoelen
  1. morele vragen in zorg- en welzijnsinstellingen duiden vanuit een zorgethisch perspectief; (leerniveau begrijpen, eindtermen 1a en 1b)
  2. verschillende vormen van ethische reflectie en de condities daarvoor binnen de institutionele context onderzoeken  en ontwikkelen (leerniveau toepassen, eindtermen 2a en 2b) vanuit zorgethisch perspectief
  3. een bestaande ethische reflectiemethode toelichten (leerniveau begrijpen, eindterm 1a en 1b) en hanteren (leerniveau toepassen, eindterm 2a en 2b);
  4. ethische reflectiemodellen en de institutionele inbedding ervan analyseren en onderbouwd beoordelen (leerniveau evalueren, eindterm 3a) en ontwerpen (leerniveau synthetiseren, eindterm 3b) vanuit zorgethisch perspectief
  5. een onderbouwde visie op ethische reflectie en de institutionele context daarvan geven (leerniveau evalueren en synthetiseren, eindtermen 3a, 3b, 4a en 5a) vanuit zorgethisch perspectief.
Korte

inhouds-

beschrijving

Dit vak steekt onderzoeksmatig in: we onderzoeken reflectiepraktijken en proberen de vraag te beantwoorden wat zorgethische reflectie in zorg- en welzijnsinstellingen is en welke voorwaarden daarvoor nodig zijn. We sluiten daartoe aan bij de bestaande praktijk. Want daar, in zorg en welzijn, vinden al uiteenlopende vormen van reflectie plaats. De meeste daarvan zijn niet erg zorgethisch van aard. Dit vak oefent met bestaande methodes, maar wil er onderzoeksmatig mee omgaan, volgens de drieslag ‘meedenken, tegendenken, omdenken’. Daartoe maken we kennis met bestaande methodes door erover te lezen en ermee te oefenen m.b.v. casuïstiek (meedenken). We reflecteren er vervolgens kritisch op: waartoe bracht deze reflectie ons, wat zijn sterke en zwakke kanten, wat kun je erover zeggen vanuit zorgethisch perspectief (tegendenken). En ten derde proberen we te komen tot een verzameling van elementen die nodig zijn voor daadwerkelijke zorgethische reflectie (omdenken). Onvermijdelijk daarbij is aandacht voor de institutionele context: welke condities bedreigen en faciliteren goede zorg en reflectie daarop?

Werkvormen

Het onderzoeksmatige karakter van dit vak komt tot uitdrukking in het zelfstandig bestuderen en groepsmatig oefenen, reflecteren en presenteren van de stof. Naast kleine blokken hoorcollege worden er vormen van ethische reflectie geoefend. De groepen presenteren hun gezamenlijke reflectie (= resultaten van hun groepswerk). Het afsluitende werkstuk (individueel essay) omvat eigen reflectie van de student.

Toetsvormen

(a) Zelfstandig en groepsgewijs voorbereiden en uitvoeren van casusbespreking m.b.v. bestaande methodes;
(b) Groepsgewijs presenteren van de reflectie op de gebruikte methodes vanuit zorgethisch perspectief (meedenken, tegendenken, omdenken)
(c) Groepsgewijs maken van powerpointpresentatie (1x) en kort verslag van de groepsbijeenkomsten (1x);
(d) Individueel eindwerkstuk (essay)

Literatuur en

bronnen

Verplichte literatuur:

  • Hans van Dartel, Bert Molewijk (red.), In gesprek blijven over goede zorg. Overlegmethoden voor ethiek in de praktijk, Boom, Amsterdam 2014, ISBN 9789461055101
Verplichte artikelen volgen via het werkboek en ELO

Aanbevolen literatuur:
Aanbevolen boeken en artikelen volgen via Werkboek en ELO

Levens-beschouwelijke, beroepsgerichte en academische vormingBeroepsgerichte en academische vorming
Korte toelichting samenhang andere onderdelenDit vak  gebruikt inzichten uit ZEB 10 Zorgethiek een Inleiding (onderwijsblok 1) en sluit aan op het studieonderdeel ZEB 30 Zorgethiek en beleid ZEB (onderwijsblok 2)
Gewenste voorkennis

ZEB-10: Zorgethiek een inleiding

Relatie onderwijs-onderzoekGerelateerd aan onderzoek groep zorgethiek naar wat zorg tot goede zorg maakt
Relatie theorie-praktijkEr wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de kennis van (formele en informele) praktijken van de deelnemende studenten en van de docenten en gastdocenten.
Mogelijkheid tot specialisatie Binnen het vak aangeboden modellen van moreel beraad kunnen enkele keren eigen keuzes worden gemaakt. In het afsluitende essay kan specifiek gekozen worden voor een meer praktijk-, beleid- of organisatie-gericht onderwerp.