Deze website maakt gebruik van cookies

M3-MT: Master Thesis (19-20)

Studie-
onderdeel

Master Thesis

Engelse titel

Master Thesis

Code

M3-MT

Leerlijn

Onderzoek

Studiejaar

Masterjaar 3

Onderwijs-
periode

Periode 2-4

Omvang

22,5 ECTS

Taal

Nederlands/Engels

Examinator

Dr. Wander van der Vaart (Algemeen afstudeercoördinator)

(Beoogde)
docent(en)

Dr. Wander van der Vaart, Prof. Dr. Laurens ten Kate en diverse begeleiders

LeerdoelenNa afloop van M3-MT Afstudeeronderzoek volgens de eisen heeft de student de volgende leerdoelen behaald:
  1. Een voor de humanistiek relevant wetenschappelijk onderzoek - van historisch, filosofisch, sociaalwetenschappelijk of multidisciplinair karakter - zelfstandig opzetten en uitvoeren (mastereindterm 1a en 2c). 
  2. Bestaande grondbegrippen, theorieën, benaderingen, methoden en onderzoeksresultaten in de humanistiek op kritische en onafhankelijke wijze benaderen en verder ontwikkelen (mastereindterm 1a, 3a, 3b). 
  3. Een wetenschappelijk, maatschappelijk en ethisch verantwoord onderzoeksvoorstel opstellen en daarin eventuele maatschappelijke en professionele doeleinden of gevolgen expliciet benoemen (mastereindterm 1b, 2c). 
  4. Overtuigend argumenteren op grond van wetenschappelijke literatuur, overige kennisbronnen en eigen resultaten, daarbij rekening houdend met beschikbaarheid van onvolledige of beperkte informatie en de eigen normatieve oriëntatie (mastereindtermen 3a, 4a). 
  5. Een argumentatief en methodisch overtuigend wetenschappelijke rapportage opstellen welke systematisch en transparant het verrichte onderzoek weergeeft (mastereindterm 2c, 4a).

        Korte
        inhouds-
        beschrijving

        Het afstudeeronderzoek bestaat uit het zelfstandig, maar onder begeleiding verrichten 

        van een onderzoek en het schrijven van een verslag van dat onderzoek in de vorm van een masterscriptie. Hierbij worden alle stappen van het onderzoeksproces doorlopen, van probleemstelling tot rapportage. 

        Via de bibliotheek en via http://repository.uvh.nl zijn scripties toegankelijk voor geïnteresseerden binnen en buiten de UvH.


        Het afsluiten van je studie met een masterscriptie is van groot belang omdat daaruit blijkt wat je als afgestudeerd humanisticus aan academische kwaliteiten in huis hebt. Je laat zien dat je zelfstandig onderzoek kunt doen en je toont dat je je in een onderwerp kunt specialiseren. De scriptie is een visitekaartje naar buiten toe, voor jezelf en voor de universiteit. 


        De term onderzoek wordt binnen het afstudeeronderzoek breed opgevat. Zo kan het gaan om (combinaties van) sociaalwetenschappelijk, filosofisch en historisch onderzoek, om empirisch onderzoek en theoretisch onderzoek, en zowel om theoriegericht als praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek. In alle gevallen geldt dat het afstudeeronderzoek aan een aantal kwaliteitseisen moet voldoen die aan de rapportage - de scriptie – gesteld worden (zie het werkboek). 


        Het onderwerp van je afstudeeronderzoek kun je kiezen uit, of aan de hand van, een lijst met onderwerpen die door de begeleidende docenten wordt opgesteld (te raadplegen op ELO). Bij het kiezen van een onderwerp kies je meestal automatisch ook voor een begeleider. Samen met deze begeleider ga je je oriënteren op een probleemstelling en stel je vervolgens een uitgewerkt onderzoeksvoorstel op waaruit blijkt dat je onderzoek relevantie heeft voor de humanistiek in het algemeen en voor het onderzoek op de UvH in het bijzonder. Het is belangrijk om een onderwerp te kiezen dat goed aansluit bij je eigen interesse omdat dat een voorspoedige afronding bevordert.


        Als je je vroegtijdig wilt oriënteren op het afstudeertraject, ben je altijd welkom op één van de geplande voorlichtingsbijeenkomsten (week 1 van elke periode) ook al ga je nog niet die periode meteen van start. Als je twijfels hebt over dit onderwerpkeuzetraject wordt je geadviseerd in een vroeg stadium contact op te nemen met de Algemeen Afstudeercoördinator (AAC). 


        Werkvormen

        Voorlichtingsbijeenkomst, workshop, terugkomsessie, zelfstudie, individuele begeleiding.


        Naast de individuele begeleiding volgt de student gedurende het traject drie verplichte workshops: twee in het begin van het afstudeeronderzoek en een derde halverwege het traject. 

        De eerste bijeenkomst (week 1, periode 1 t/m 4) betreft een inhoudelijke en procedurele voorlichting over het afstudeertraject en een voorbereiding op de workshop De tweede is een workshop over het schrijven van een onderzoeksvoorstel (week 4, periode 2, 3 of 4): deelname aan deze workshop betekent dat je formeel bent gestart met je afstudeeronderzoek.  In periode 1 kun je wel de voorlichtingsbijeenkomst bijwonen, maar de eerste workshop in het academisch jaar volgt in periode 2. 

        Als derde verplichte bijeenkomst is er een terugkomsessie van elke workshopgroep voor een tussentijdse rapportage over het voortgangsproces.  Voor het overige voert de student het onderzoek zelfstandig uit met individuele begeleiding.

        Studenten vormen geregeld zelf een scriptiegroepje om elkaar te ondersteunen bij het uitvoeren van het afstudeeronderzoek en het schrijven van de scriptie.

        Toetsvormen

        Schriftelijk onderzoeksvoorstel (voldoende/onvoldoende) en masterscriptie (onderzoeksverslag, cijfer).

        Het onderzoeksvoorstel bestaat uit een theoretisch onderbouwde probleemstelling (inleiding, doel- en vraagstelling), onderzoeksopzet, tijdsplanning, literatuurlijst en (bij empirisch onderzoek) informed consent- en datamanagementformulieren. Goedkeuring is voorwaardelijk voor het vervolgtraject. Begeleider en meelezer stellen een adviesbeoordeling op middels het ‘beoordelingsformulier onderzoeksvoorstel’; de examinator formuleert op grond van dit advies de definitieve beoordeling. 

        De masterscriptie bestaat uit een individueel onderzoeksverslag, dat tot stand komt onder begeleiding en toezicht van (minstens) een begeleider. De begeleider en meelezer beoordelen de scriptie en komen tot een cijferadvies aan de examinator dat ze schriftelijk  toelichten en verantwoorden middels ingevulde formulieren ‘beoordeling afstudeeronderzoek’. De examinator stelt op grond van dit advies de definitieve beoordeling op. 

        Literatuur en
        bronnen

        Verplichte literatuur:

        Aanbevolen literatuur:
        • De Wachter, L., & Van Soom, C. (2008). Academisch schrijven. Een praktische gids. Leuven: Acco.
        • Jong, J. de (2011). Handboek academisch schrijven: In stappen naar een essay, paper of scriptie. Bussum: Coutinho). ISBN 978-90-469-0242-4.
        • Oosterbaan, W. (2001). Het schrijven van een leesbare scriptie (10e dr.). Rotterdam: NRC Handelsblad. ISBN 90-5018-992-X. 
        • Renkema, J. (2012). Schrijfwijzer (5de ed.). Amsterdam: Boom.
        • Turabian, K.L. (2007). A manual for writers of research papers, theses, and dissertations: Chicago style for students and researchers (7th ed., revised by Booth, W.C., Colomb, G.G., Williams, J.M & University of Chicago Press editorial staff). Chicago: The University of Chicago Press.