Deze website maakt gebruik van cookies

M2-BVORG2: Coachingsvaardigheden (19-20)

Studie-
onderdeel

Coachingsvaardigheden

Engelse titel

Coaching Skills

Code

M2-BVORG2

Leerlijn

Beroepsvaardigheden

Studiejaar

Masterjaar 2

Onderwijs-
periode

Periode III

Omvang

7,5 ECTS

Examinator

Drs. Jantine Maaskant

(Beoogde)
docent(en)

Drs. Bianca Lugten, drs. Jantine Maaskant

LeerdoelenNa afloop van deelname aan M2-BVORG2 volgens de eisen:
  1. de in deze cursus opgedane ervaringen als coach beschrijven aan de hand van verschillende coachingsmodellen en methodieken; (2a) 
  2. 2. een eigen visie op coaching onderbouwen aan de hand van relevante literatuur en de in deze cursus opgedane ervaringen; (5a) 
  3. 3. de gezamenlijk geformuleerde visie op humanistieke coaching verwoorden en jbeargumenteerd beschrijven hoe deze zich verhoudt tot je eigen visie; (4b/5a) 
  4. 4. de eigen ervaring analyseren in het organiseren, uitvoeren en evalueren van een coachingstraject; (4b) 
  5. 5. de eigen rol als coach evalueren en het eigen ontwikkelingsproces hierin becommentariëren en benoemen hoe de rol in de intervisiegroep hieraan heeft bijgedragen. (5a)

Korte
inhouds-
beschrijving

In dit vak gaan we met elkaar op zoek naar het antwoord op de vraag of er zoiets als ‘humanistieke coaching’ bestaat, en zo ja, hoe dit zich dan onderscheidt van andere vormen van coaching. We verkennen het (inmiddels brede) terrein van coaching aan de hand van literatuur over coaching en een aantal specifieke methodieken.


Dit vak is opgezet vanuit de vraag wat coaching vanuit een humanistieke context betekent. Aan de hand van dit thema wordt langs twee hoofdlijnen gewerkt.

  1. Het aanbieden van diverse perspectieven op coaching en de bijbehorende methodieken. Bij het bestuderen en ervaren van een bestaand perspectief speelt steeds de vraag mee wat een humanistieke wijze van coachen is. De theorie wordt nadrukkelijk gekoppeld aan praktische vaardigheden, zowel binnen als buiten het college. Dit betekent dat er – naast literatuurstudie en het gezamenlijk bespreken van bestaande methodieken– ook een stevig beroep wordt gedaan op de praktische inzet van de studenten.
  2. Aandacht voor de (maatschappelijke) context van coaching. Elk individu is verbonden aan zijn omgeving, zoals bijvoorbeeld een medewerker een onderdeel is van zijn organisatie. Wellicht kan humanistieke coaching vanuit dit perspectief een bijdrage leveren aan het verbinden van zingeving en humanisering. Hoe speelt de context een rol en hoe kan dit vanuit de humanistiek worden ingezet? Dat is geen eenvoudige, maar wel een relevante opgave. Dit gaan we tijdens dit studieonderdeel gezamenlijk onderzoeken en we hopen daar aan het einde van het studieonderdeel met elkaar meer zicht op te hebben. Ook binnen deze hoofdlijn koppelen we de theorie aan de praktijk, door onder andere gebruik te maken van het systeemdenken, het vorkmodel van Rudy Vandamme en het concept ‘kantelmomenten’ van Tonja van den Ende.

Werkvormen

De literatuur wordt (kort) besproken in de vorm van hoorcolleges. Afhankelijk van de totale groepsgrootte wordt verder in werkgroepen gewerkt waar studenten eigen ingebrachte coachingsmodellen presenteren en bespreken. De theorie wordt tijdens de les toegepast in de vorm van praktijkoefeningen, passend bij het coachingsperspectief dat de betreffende week centraal staat. Daarnaast wordt elke student geacht een coachingstraject met een externe coachee te organiseren. In kleine intervisiegroepjes worden de ervaringen uit dit zelfstandig uitgevoerde coachingstraject uitgewisseld ter bevordering van het praktijkleren.

Toetsvormen

De afronding bestaat uit drie onderdelen:

  1. reflectie op de gesprekken met de coachee + inbreng casus en deelname in de intervisiegroep
  2. demonstratie van een coachmethodiek of –interventie in een van de plenaire bijeenkomsten (presentatie)
  3. paper (schriftelijk werkstuk waarin de student zijn/haar visie beschrijft op humanistieke coaching.
Uitwerking:
  1. Reflectie/casusbespreking intervisie. De student voert ca. 5 - 6 coachgesprekken en maakt van ieder gesprek een kort verslag (max. 1,5 A4) waarin hij/zij reflecteert op het eigen handelen, de keuzes die hij/zij heeft gemaakt, lastige momenten, of momenten die specifieke gevoelens bij de student opriepen etc. De student bespreekt één keer één casus/ervaring uit het coachtraject in de intervisiegroep. Naar aanleiding van de feedback, adviezen en tips van zijn/haar intervisiegenoten en het verdere verloop van het coachtraject schrijft de student een afrondende reflectie (max. 2 pagina’s) over de inzichten en nieuwe perspectieven die het coachtraject hem/haar heeft opgeleverd. Deze afrondende reflectie wordt door de intervisiegroep beoordeeld met een cijfer + korte motivatie. Dit alles levert de student aan het eind van de module in bij de docent. De student voegt de verslagreflectie bij als bijlage.
  2. Studenten demonstreren in tweetallen een van de plenaire bijeenkomsten een door hen gevonden, zelf bewerkte of zelf bedachte coachmethodiek of -interventie (max. 20 min) en delen een hand-out op papier uit aan alle groepsleden.
  3. De student schrijft een paper (max. 4 A4) waarin zijn/haar visie op humanistieke coaching wordt beschreven. Hierin wordt gebruik gemaakt van literatuur uit de module en illustreert de student zijn/haar visie met eigen casusmateriaal uit het coachtraject.
Voor dit vak geldt deelname verplichting

Literatuur
en
bronnen

Verplichte literatuur:

  • Banning, H. & M.Banning-Mul (2005). Narratieve begeleidingskunde. Soest: Uitgeverij Nelissen.
  • Ende, T. van den (2011). Waarden aan het werk. Amsterdam: SWP
  • Feltmann, E. et al (2010). Denkadviseren. Over de relaties tussen de taal het denken en de problemen van mensen in organisaties. Amsterdam, p. 28-43, 50-51, 73-81.
  • Hetebrij, M. (2008). Macht en politiek handelen in organisaties. Assen, p. 1-17, 103-111.
  • Kaulingfreks, R. (2001). ‘Managen of luisteren’. In: B. van Gent en H. van der Zee (red.) (2001). Handboek Human Resource Development. Den Haag: Elsevier.
  • Kessels, J. (2006). Het poëtisch argument. Amsterdam: Boom. Hieruit: Hoofdstuk 7.
  • Kouwenhoven, M. (2007). Handboek Strategisch Coachen. Soest, p. 27-34.
  • Vermaak, H. (2009). Plezier beleven aan taaie vraagstukken. Deventer, hoofdstuk 6.6 en 6.7.
  • Wierdsma, A. (2005). Co-creatie van verandering. Delft: Eburon. Hieruit: hoofdstuk 2 en hoofdstuk 6
Aanbevolen literatuur:

Wordt nader bekend gemaakt