Deze website maakt gebruik van cookies

BZM-10 Activiteiten in de UvH-Organisatie (19-20)

Studie-
onderdeel

Activiteiten in de UvH-organisatie

Engelse titel

Activities in the UvH organization

Code

BZM-10 (Master) 

Opleiding

Master

Omvang

7,5 ECTS

Taal

Nederlands

Examinator

Dr. Bianca Lugten

(Beoogde)
docent(en)

Dr. Bianca Lugten (mentoraat), Dr. Martien Schreurs (andere activiteiten).

LeerdoelenNa het volgen van Assisteren in de UvH-organisatie volgens de eisen:
  1. is de student in staat processen van zingeving en humanisering in de organisatie te benoemen en systematisch te conceptualiseren, analyseren en presenteren. Hierbij maken studenten gebruik van de tijdens de opleiding verworven wetenschapstheoretische inzichten. Masterstudenten zijn daarnaast in staat de grondbegrippen en eindtermen toe te passen op het werkveld van de organisatie;
  2. is de student in staat de normatieve grondslagen van de humanistiek inzichtelijk te maken voor verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld dor symposia of debatten over relevante humanistieke thema’s te organiseren;
  3. ontwikkelt de student een humanistieke grondhouding die tot uiting komt in een gevoeligheid voor waarden, bekendheid met een interdisciplinaire werkwijze en inzicht in de verwevenheid tussen theorievorming en de praktijk van de organisatie;
  4. ontwikkelt de student vaardigheden en zelfkennis om goed te overleggen, communiceren en samenwerken met anderen.

NB: Dit studieonderdeel kan ook door masterstudenten worden gevolgd. Aan hen worden ten aanzien van deze leerdoelen hogere eisen gesteld dan aan bachelorstudenten.

Mentoraat:
Na deelname als mentor aan dit onderdeel volgens de eisen kun je:
  1. Op een deskundige manier leiding geven aan en organiseren van mentor- groep bijeenkomsten / (individuele) mentoraatgesprekken. Waarin o.a. wordt gereflecteerd over de studie en haar uitwerking op het leven buiten de studie. (Eindterm 1 en 2)
  2. Theorie over een zelf gekozen thema op het gebied van begeleiding/mentoraat relateren aan de praktijk van het begeleiden van mentor- groepen of afzonderlijke studenten (Eindterm 2 en 4)
  3. De student is in staat om de normatieve grondslagen van de humanistiek inzichtelijk maken voor verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld door symposia of debatten over relevante humanistieke thema’s te organiseren. (Eindterm 1 en 3)
  4. Op een deskundige manier leiding geven aan en organiseren van bijeen- komsten voor een grote groep mensen binnen een organisatie. Je kan re- flecteren op je eigen houding als organisator en je kent je sterke kanten en ontwikkelingspunten (Eindterm 2 en 3)
  5. Op een deskundige manier samenwerken met je mede-mentoren en coördinator. Hieronder valt het onderzoeken van een goede manier van over- leg, communicatie en vergaderen. Je kan reflecteren op je eigen houding als collega en kent je sterke kanten en ontwikkelpunten. (Eindterm 4 en 5).

Extra doelstellingen voor een master student die dit studieonderdeel volgt:
  1. De master student kan koppelingen maken tussen methodieken van begeleiding zoals aangeboden in de master en de begeleiding binnen het mentoraat. Daarnaast staat de ontwikkeling van een humanistieke grondhouding als mentor centraal. Zowel als begeleider van eigen groep als onder- deel van groep mede-mentoren. Welke competenties zou je nog verder willen ontwikkelen voor de jouw vorming tot normatieve professional? Welke rol speelt levensbeschouwing daarbij? (Eindterm 1, 2 en 5)
  2. De master student verzorgt een 1,5 tot 2 uur durende training aan zijn of haar mede-mentoren omtrent het ‘begeleiden van groepen’. Hierbij wordt ook een koppeling gelegd tussen de methodieken van begeleiding zoals is aangeboden in de master en de begeleiding binnen het mentoraat. (Eind- term 2 en 4) 

Korte
inhouds-
beschrijving

Dit studieonderdeel is ontworpen om de betrokkenheid van studenten bij activiteiten binnen de UvH te stimuleren. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het (mede)organiseren van excursies, feesten, debatten, de humanistiekfabriek, de universiteitsraad en symposia. Deelname aan zulke activiteiten kan een belangrijke leerervaring zijn (Bildung). Het biedt de mogelijkheid om je talenten verder te ontwikkelen en te ervaren hoe het is een wezenlijke bijdrage te leveren aan het grotere geheel van de organisatie. Dit studieonderdeel biedt studenten de gelegenheid om te reflecteren op hun ervaringen en van de activiteiten een goed leermoment te maken. Belangrijke aandachtspunten voor reflectie zijn “de organisatiecultuur’, de verschillende rollen die wij in organisaties spelen, de Bildung die wij daarbij doorlopen –dus niet zoals Joep Schrijvers die in zijn populaire essay vraagt hoe ik een rat kan worden- en ‘normatieve professionalisering”.  Het studieonderdeel kent een bijzondere inhoud en opzet. Het onderscheidt zich van andere studieonderdelen doordat iedere student van zowel het bachelor- als het masterprogramma eraan kan deelnemen. Bovendien hebben studenten zelf grote invloed op de invulling van het studieonderdeel. Studenten dienen zelf een voorstel in bij de coördinator over welke activiteit ze zouden willen opvoeren voor het studieonderdeel. Het onderdeel bestaat dan uit het uitvoeren van je taken voor de activiteit en een reflectie op de ervaringen. 


Als men wil deelnemen aan dit studieonderdeel voor activiteiten anders dan het mentoraat dienen zij te mailen naar Martien Scheurs (m.Scheurs@uvh.nl)  


Mentoraat


Ieder jaar komen er nieuwe eerstejaars studenten bij en treden toe tot de studentenpopulatie van de UvH. Het mentoraat heeft als doel dit zo goed mogelijk te laten verlopen door het ondersteunen en begeleiden van de eerstejaars studenten en het signaleren van vragen en/of problemen in deze groep. Als mentor ben je onderdeel van je eigen mentorgroep, alsmede onderdeel van je groep mede-mentoren. Hierdoor bestaat het mentorschap uit twee onderdelen: 1) het ondersteunen en begeleiden van je eigen mentorgroep (geestelijke begeleiding) en 2) het samenwerken met je mede- mentoren om bijeenkomsten te organiseren voor de eerstejaars groep binnen en buiten de UvH (organisatie). Als mentor leer je de nieuwe bachelor studenten op een prettige en zinvolle wijze coachen en ondersteunen zodat zij hun studie zo voorspoedig en prettig mogelijk kunnen doorlopen. Dit gebeurt via de organisatie van mentorgroep-bijeenkomsten, individuele gesprekken en het wegwijs maken van studenten op de UvH. Vaste onderdelen zijn bijvoorbeeld: studenten helpen met de planning van hun studie en bij het aanleren van studievaardigheden. Daarnaast kunnen diverse onderwerpen op de agenda staan voor mentorgroep-bijeenkomsten, van het wonen op kamers tot het leren omgaan met ‘verwachtingen’ van jezelf en van anderen. Als mentor ga je zelf nieuwe werkvormen en thema’s ontwikkelen en/of bespreken. Onder organiseren valt het regelmatig vergaderen met je mede-mentoren en werken met de mentormap omtrent het organiseren van activiteiten om onder meer de groepscohesie te vergroten. Voorbeelden hiervan zijn de verschillende mentoraat activiteiten in de introductieperiode en de docenten-studentenlunch. 

Werkvormen

Organiseren en samenwerken in projectgroepen; daarover rapporteren, reflecteren en evalueren.
Studenten worden geacht zelfstandig en ondernemend te werken. Er wordt een grote mate van zelfwerkzaamheid gevraagd. Tegelijkertijd moeten andere studieonderdelen middelen aangereikt hebben tot het ontwikkelen van een meer autonome, zelfstuderende studie- (en beroeps)houding.


Mentoraat: het begeleiden van mentoren in groepsbijeenkomsten, intervisie, een op een gesprekken.

Toetsvormen

Portfolio bestaande uit:

  • Verslag met beschrijving van de verrichte taken en een urenoverzicht (logboek).
  • Daarnaast een reflectieverslag waarin de in het werkboek geformuleerde leerdoelen als richtsnoer worden gebruikt.
Voor dit studieonderdeel geldt deelname verplichting

Literatuur en
bronnen

Verplichte literatuur:

De student zoekt zelf passende literatuur om zijn of haar visie op de organisatie te onderbouwen.


Mentoraat verplichte literatuur:

  • Geurts, J., Muller, I., & Tenwolde, H. Gespreksvoering in groepen succesvol deelnemen aan gesprekken in zorg en Welzijn Hoofdstuk 3 De groep (p.45-69) & Hoofdstuk 4 de deelnemers (p.69-100) & Hoofdstuk 8 het gespreksklimaat (p.193- 227) Collegeplank 
  • Snippe, J. Mentoraat in het Hoger Onderwijs. Hoofdstuk 4 Taken, vaardigheden en rollen van de mentor p.55-74. Elo