Deze website maakt gebruik van cookies

BZM-90: Assisteren bij UvH onderzoek (19-20)

Studie-onderdeel

Assisteren bij UvH onderzoek

Assisting in UvH Research

BZM-90

Onderzoek

2018-2019

Periode 2, Periode 3

7,5 ECTS

Wander van der Vaart

Begeleiders

Bijdrage aan de eindtermen van de master Humanistiek:


2. Toepassen van kennis en inzicht: de afgestudeerde kan 

2c. zelfstandig een wetenschappelijk verantwoord en voor de humanistiek relevant onderzoek opzetten en uitvoeren. 


3. Oordeelsvorming: de afgestudeerde kan 

3a. op basis van relevante wetenschappelijke kennis, gebaseerd op kritische (zelf)reflectie en een duurzame dialoog met anderen, onderbouwde en in de wetenschappelijke en maatschappelijke context ingebedde conclusies trekken; 

3b. kritisch reflecteren op de mogelijkheden, beperkingen en vooronderstellingen van (humanistiek) onderzoek en een verantwoording geven van de normatieve oriëntatie hierin; 


4. Communicatieve (en professionele) vaardigheden: de afgestudeerde kan 

4a. zich mondeling en schriftelijk positioneren in wetenschappelijke en beleidsmatige contexten, vanuit humanistische, levensbeschouwelijke waarden en een daarop gebaseerde morele oriëntatie; 


5. Leervaardigheden: de afgestudeerde kan 

5a. de eigen levensbeschouwelijke positionering en het eigen normatieve kader verwoorden met inzet van dialogische vaardigheden en met zicht op de eigen persoonlijke mogelijkheden en beperkingen binnen professionele werkterreinen.

Na deelname aan dit studieonderdeel volgens de eisen kan de student:
  • Op een goede manier onderzoeksprojecten mede plannen, inrichten, beheren en naar buiten toe representeren (eindterm 2c, 3b, 4a);
  • Goed samenwerken met een onderzoeksleider en medeonderzoekers in het opzetten en uitvoeren van onderzoek (eindterm 4a, 5a);
  • Herkennen van en goed omgaan met ethische dilemma’s in de onderzoekspraktijk (eindterm 3b, 5a);
  • De kwaliteit van het onderzoek bewaken te midden van diverse (externe) belangen (eindterm 2c, 3a, 4a);
  • Theorie over de dagelijkse praktijk van wetenschappelijk onderzoek relateren aan ervaringen in het onderzoekproject (eindterm 3b, 5a).

In dit vak nemen studenten als onderzoeksassistent-in-opleiding deel aan UvH-onderzoek. De bedoeling is dat studenten kennismaken met de dagelijkse praktijk van het wetenschappelijk onderzoek inclusief de projectmatige aspecten ervan.  Dit betekent dat kennis en ervaring worden opgedaan m.b.t. het gezamenlijk inhoudelijk ontwikkelen van onderzoek als met het organiseren van projecten en het onderhouden van externe contacten. De onderzoeksprojecten kunnen externe opdrachten betreffen, maar ook UvH-interne projecten zijn mogelijk. Het gaan om zowel theoretisch als empirisch onderzoek gaan. Bepalend is dat het om (praktijkgericht) wetenschappelijk onderzoek gaat in een goed afgebakend project dat onder leiding staat van een gepromoveerd UvH-staflid. Het is niet noodzakelijk dat een student een geheel onderzoek doorloopt, het kan ook een onderzoeksfase betreffen. Het vak begint met een startdag waarin het gehele traject wordt toegelicht en enkele kernaspecten van “werken in de onderzoekspraktijk” worden behandeld. Daarbij gaat het om zaken als: organisatorische context van het onderzoek, sociale aspecten binnen en buiten het project, ethische kwesties in het onderzoek, en het afstemmen van inhoudelijke kwaliteit op een gevraagde project planning.  Vervolgens zijn er 5 intervisiebijeenkomsten waarin onder begeleiding van een docent wordt gereflecteerd op de praktijkervaringen. De dagelijkse begeleiding van de student in het onderzoeksproject wordt gedaan door de UvH-onderzoeksleider.

Werkcollege, begeleide intervisie, praktijkervaring door meewerken aan onderzoeksproject, eindgesprek. Het werkcollege beoogt overdracht en verdieping van kennis en inzicht met betrekking tot de praktijk van wetenschappelijk onderzoek. De begeleide intervisies zijn bedoeld ter ondersteuning van en reflectie op praktijkervaringen. Tijdens de praktijkervaring zelf wordt geoefend in kennis en vaardigheden op het gebied van onderzoek en projectmanagement. Het eindgesprek betreft een reflectie op de behaalde kennis en vaardigheden. 

Voor de voorbereiding en deelname aan het werkcollege wordt van studenten gevraagd een toelatingsverslag te schrijven.

De toetsing bestaat uit drie onderdelen: het werkplan (toelatingsverslag), de deelname aan de module en het afrondingsverslag (portfolio).

Nader bekend te maken:

  • Literatuur over de verhouding van wetenschappelijk onderzoek tot overige, organisatorische en maatschappelijke, belangen.
  • Literatuur over: samenwerken aan kennisontwikkeling;
  • Literatuur over projectmatige en ethische issues in onderzoek.
  • Keuzelijst literatuur m.b.t. kernelementen van onderzoeksprojecten, zoals: literatuurstudie, theorie-ontwikkeling, dataverzameling, data-analyse, rapportage, onderzoek mondeling presenteren, e.d.

Het vak heeft een sterk beroepsgerichte vorming; het draagt m.n. bij aan het profiel van de humanisticus als academisch onderzoeker.

Het vak biedt een aanvulling op de scriptie, stage en methodische vakken in master door te focussen op wetenschappelijk onderzoek in de context van een bestaand project en de mogelijkheid tot specialisatie/verdieping op een deelaspect van dat onderzoek. Kennis over de (wetenschaps)theoretische uitgangspunten van onderzoek en empirische methoden van onderzoek uit de onderzoeksvakken, kunnen in dit vak naar keuze in de praktijk van wetenschappelijk onderzoek worden ingezet. 

Inhoudelijk biedt dit vak de student de mogelijkheid om de in de master opgedane kennis toe te spitsen op, en te verdiepen in, het theoretisch  kader en/of het toepassingsgebied van het onderzoeksproject.

Geen nadere voorkennis vereist.

Het assisteren vindt plaatst binnen onderzoek dat door UvH-staf wordt verricht.

Het assisteren betreft het meewerken aan de praktische uitvoering van het onderzoek. Veel onderzoek zal daarbij een relatie hebben met een externe partner of opdrachtgever.

Uit het aanbod van onderzoeksprojecten kan in overleg met de onderzoeksleiders een eigen keuze gemaakt worden, waar mogelijk ook van taken binnen het project. Verdere specialisatie wordt ondersteund door verdiepende literatuur die gekozen wordt bij de te verrichten taken.