Deze website maakt gebruik van cookies

B3-HUM5: Humanisering en de publieke sector (1) van vraag naar voorstel (19-20)

Studie-
onderdeel

Humanisering en de publieke sector (1): van vraag naar voorstel

Engelse titel

Humanisation and the Public Sector (1): from Question to Proposal

Code

B3-HUM5

Leerlijn

Humanisering

Studiejaar

Bachelorjaar 3

Onderwijsperiode

I

Omvang

7,5 ECTS

Taal

Nederlands

Examinator

Dr. T. Kampen

(Beoogde)
docent(en)

Dr. T. Kampen, dr. M. Sebrechts, drs. R. Meij, dr. R. van Boeschoten, dr. F. Bredewold, drs. M. Ahmad, J. van Nieuw Amerongen-Meuse MSc, prof. dr. G. Smid.

LeerdoelenNa afloop van deelname aan B3-HUM5 Humanisering in organisaties 1 volgens de eisen kan de student:
  1. Begrijpen en analyseren van het krachtenveld waarin publieke sector organisaties zich bevinden (eindtermen 1 en 2)
  2. Analyseren van de interacties tussen actoren binnen publieke sector organisaties en hun omgeving, met begrip voor de problemen en dilemma’s waarvoor zij zich gesteld zien (2 en 3)
  3. De vraag van een opdrachtgever kunnen plaatsen binnen het krachtenveld met oog voor de problemen en dilemma’s waarvoor de opdrachtgever zich gesteld ziet (3 en 4)
  4. Deze vraag op basis van theoretische kennis en methodologische vaardigheden in dialoog met de opdrachtgever vertalen naar een onderzoeksvraag die aanstuurt op praktisch toepasbare aanbevelingen (4 en 5)
  5. Reflecteren op de eigen bijdrage aan de totstandkoming van het onderzoeksvoorstel, in het bijzonder de samenwerking met medestudenten en de gastorganisatie (4 en 5)

        Korte
        inhouds-
        beschrijving

        In dit vak staat de vraag centraal wat mogelijkheden en belemmeringen zijn voor humanisering van publieke organisaties. Humanisering zal worden beschouwd in relatie tot de positionering van de organisatie in het externe krachtenveld, maar ook in relatie tot de condities en verhoudingen waaronder werk in de publieke sector verricht wordt, de kwaliteit van de dienstverlening en professionaliteit van beroepen in de publieke sector. 

        We kijken daartoe naar het krachtenveld ‘buiten’: de invloed van en interactie met gemeentelijke en landelijke overheden, concurrerende organisaties waarmee tegelijkertijd moet worden samengewerkt, media en politiek. We kijken naar het krachtenveld binnen organisaties met aan de ene kant managers, bestuurders en toezichthouders en aan de andere kant (vermeend) mondige cliënten. 

        In dit vak zal aandacht worden besteed aan de publieke sector in het algemeen en aan de gastorganisaties in het bijzonder. B3-HUM5 heeft een exploratief en ontwikkelingsgericht karakter. 


        Dit vak kent een theoretische leerlijn en een praktische leerlijn die elkaar wekelijks afwisselen. In de theoretische leerlijn maken studenten in hoorcolleges en door te lezen in voorbereiding daarop kennis met theorie over professionaliteit en beleid die bruikbaar is voor zowel hun collectieve onderzoeksopdracht als hun individueel paper. In de praktische leerlijn krijgen studenten college over lopend onderzoek en de dilemma’s die onderzoekers daarin tegenkomen, maken de studenten in teamverband kennis met de gastorganisatie en de adviesvraag die deze aan het voorlegt en werken de studenten aan de eigen professionele vaardigheid als onderzoeker-adviseur.


        De theoretische leerlijn:

        - De studenten maken kennis met theorie over de publieke sector, professionaliteit en beleid die hen ondersteunt bij het onderzoek van de gastorganisatie. Aan de orde komen onder meer: professionaliteit, gezag, moraliteit, humanisering, (de-)institionalisering, verantwoordelijkheid, roeping, waardigheid, afhankelijkheid en wederkerigheid.


        De praktische leerlijn:

        - De studenten maken kennis met de gastorganisatie en hun opdrachtgever. Zij leren de gastorganisatie organisatiekundig te beschrijven door een onderzoek uit te voeren naar de werking van de organisatie.

        - De studenten werken de oorspronkelijke vraag van de organisatie uit in een advies- en onderzoeksvoorstel ten behoeve van de gastorganisatie.

        - De studenten verdiepen hun professionele competentie als onderzoeker en adviseur. 


        De theoretische leerlijn:

        Eerst zullen in een inleidend college de volgende vragen aan bod komen: Wat kan humanisering in de context van publieke sector organisaties betekenen? Hoe verandert het dominante perspectief op de mens in de publieke sector door de jaren heen? Hoe verhouden mensen zich tot elkaar in de publieke sector en welke veranderingen zijn daarin opgetreden?


        Daarna behandelen we de volgende onderwerpen:


        Humanisering en professionalisme in de publieke sector 

        Wie werken er in de publieke sector, wat beweegt hen en waarom? Wat is professionaliteit in de publieke sector? Hoe kunnen we professionaliteit begrijpen in relatie tot het turbulente krachtenveld waarin zowel professionals als publieke sector organisaties zich bevinden? Staat professionaliteit onder druk, en zo ja, hoe dan? 


        Gezag en democratisch professionalisme

        Welke visies zijn er op gezag in de publieke sector? Is er sprake van een gezagscrisis in de publieke sector, en/of is er juist sprake van toenemende democratisering? Welke visies zijn er op professionalisme in de publieke sector? Wat verstaan we onder democratisch professionalisme? 


        Moraliteit en normatieve professionalisering

        Hoe worden publieke sector organisaties moreel lerende organisaties? Wat is integriteit en wat is de betekenis van integere organisaties voor rechtvaardige instituties? Waarin verschillen moraal en rechtvaardigheid in de publieke van private sectoren? Hoe kun de je morele cultuur van een organisatie analyseren? Wat verstaan we onder normatieve professionalisering?


        De praktische leerlijn:

        Verschillende onderzoekers geven college over de dilemma's die zij tegenkomen in hun onderzoek naar maatschappelijk relevante thema’s als waardigheid, afhankelijkheid, informele zorg en wederkerigheid. De leerlijn volgt de fasen waarin studenten op dat moment verkeren, dus we beginnen met de omgang met opdrachtgevers van onderzoek, het omwerken van een adviesvraag naar een onderzoeksvraag, het benutten van theorie en de selectie van methode. 


        Relatie met B3-HUM6: 

        Het vak ‘Humanisering en de publieke sector’ bestaat uit twee samenhangende delen: B3-HUM5 en B3-HUM6. De rode draad in beide vakken is een adviesgericht veldonderzoek, dat studenten in teamverband uitvoeren bij een opdrachtgevende gastorganisatie. In deel 1 van dit traject ligt de focus op kennismaking met de gastorganisatie, het overeenkomen van een onderzoeksvraag met de organisatie en theorie bestuderen die verband houdt met humanisering en professionaliteit in de publieke sector. Door deze opzet van dit vak leren studenten theorie over professionaliteit, organisaties, humanisering, onderzoek en advisering toe te passen in een uitdagende praktijk. Daardoor verdiepen zij niet alleen hun theoretische kennis en onderzoeksvaardigheden, maar werken ook aan hun professionele vorming als humanisticus.

        Werkvormen

        (werk)colleges, practica.

        Toetsvormen

        Individueel schriftelijk werkstuk (50%) en collectief schriftelijke werkstuk (50%)

        Literatuur en
        bronnen

        Verplichte literatuur:

        • Freidson, E. (2001) Professionalism. The third logic. Polity Press, Cambridge
        • Dzur, A. W. (2008). Democratic professionalism: Citizen participation and the reconstruction of professional ethics, identity, and practice. Penn State Press.
        •  Zacka, B. (2017). When the state meets the street: Public service and moral agency. Harvard University Press.