Deze website maakt gebruik van cookies

B1-ZIN2: Filosofie in humanistiek (19-20)


Studie-
onderdeel

Filosofie in humanistiek

Engelse titel

Philosophy in Humanistic Studies

Code

B1-ZIN2

Leerlijn

Zingeving

Studiejaar

Bachelor 1

Onderwijs-
periode

Periode II

Omvang

7,5 ECTS

Taal

Nederlands

Examinator

Prof. dr. Joachim Duyndam

(Beoogde)
docent(en)

Prof. dr. Joachim Duyndam, en student-assistenten

LeerdoelenNa afloop van deelname aan B1-ZIN1 Filosofie in humanistiek volgens de eisen (hoorcolleges, werkgroepen, zelfstudie) kan de student:
  1. Filosofische bronteksten van inleidend tot middelmoeilijk niveau lezen, en interpreteren met het oog op een humanistieke doordenking van het menselijke bestaan (existentie) (1a, 3a, 4b);
  2. De behandelde primaire filosofische teksten in een debatlijn met betrekking tot het thema existentie plaatsen en het debat op hoofdlijnen reconstrueren (4a, 4b);
  3. Dit debat als antwoord op historisch voorafgaande filosofische problemen verklaren, waarbij je expliciet de posities van Plato, Descartes en Kant kunt benoemen (3b, 4a);
  4. De betekenis van filosofie als deeldiscipline van de humanistiek uitleggen (1a);
  5. Verbanden leggen tussen filosofie en humanisme (1b).

Korte
inhouds-
beschrijving

Dit vak biedt een gedegen inleiding tot de filosofie als deeldiscipline van de humanistiek. In plaats van een ondoenlijk en niet-beklijvend overzicht te geven van denkers en stromingen vanaf Plato tot aan nu, wordt in dit onderdeel gefocust op een cruciaal en centraal debat in de twintigste-eeuwse filosofie over het menselijk bestaan. Dit debat wordt bestudeerd en gereconstrueerd aan de hand van primaire bronteksten van met elkaar in debat staande filosofen. Door de scharnierfunctie van dit debat over existentie, dat een antwoord is op eerdere problemen in de filosofie, kunnen vanuit de behandelde bronteksten lijnen terug in de geschiedenis worden getrokken, en worden ook lijnen getrokken naar hedendaagse kwesties. Bijzondere aandacht wordt besteed aan verbanden tussen filosofie en humanisme (ook historisch), en aan inbedding van filosofie in de humanistiek.

De bronteksten in dit vak van Husserl, Heidegger, Merleau-Ponty, Hannah Arendt, Levinas, Girard en Ricoeur bouwen op elkaar voort. Ze vormen een samenhangend filosofisch debat over het menselijk bestaan, waarbij het mens-zijn steeds concreter wordt begrepen in een gedachtegang die loopt van een solipsistisch tijdloos transcendentaal subject naar een als gesitueerd, contextafhankelijk, lichamelijk en wezenlijk sociaal begrepen menselijk bestaan. De volgorde van de teksten is daardoor cruciaal. Door de bestudering van deze primaire bronteksten en de deelname aan de colleges en werkgroepen kunnen de studenten deze fundamentele gedachtegang mee-voltrekken en zich eigen maken. Zie verder de uitgebreide inleiding in het werkboek van dit vak.

Werkvormen

In het werkboek van dit vak wordt verantwoord waarom de filosofische kennis hier wordt verworven uit de gezamenlijke studie van primaire bronteksten. De maandagse hoorcolleges (van drie uur) bieden, waar mogelijk ondersteund door audiovisueel materiaal, wekelijks een systematische en context-gevende introductie op de die week behandelde denker(s) en de te bestuderen tekst(en). Het donderdagse hoor-/responsiecollege (1 uur) focust op de tekst. In de aansluitende werkgroepen wordt de tekst vervolgens verder bestudeerd. 

Toetsvormen

Het schriftelijk gesloten boek tentamen toetst de verworven kennis aan de hand van de leerdoelen (zie hierboven). Naast kennis van de behandelde filosofische begrippen wordt ook en vooral naar verbanden tussen de behandelde denkers, respectievelijk teksten gevraagd. 

Literatuur en
bronnen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Verplichte literatuur:


  • Arendt, H. (2002), Labor, Work, Action. In: D. Moran & T. Mooney (eds), The Phenomenology Reader, p. 124–133. London: Routledge. (op ELO); 
  • Descartes, R. (1989), Meditaties over de eerste filosofie (2e Meditatie) (op ELO); 
  • Descartes (2011). Over de methode, deel IV. (op ELO);       
  • Girard, R. (2000), ‘Het verschrikkelijke wonder van Apollonius van Tyana’ en ‘zonder titel’. In: Ik zie Satan vallen als een bliksem, p. 55–66; 110–122. Kampen: Agora (op ELO);
  • Heidegger, M. (1998), ‘Het in-de-wereld-zijn’, ‘De wereldlijkheid van de we­reld’ (gedeeltelijk), ‘Het in-de-wereld-zijn als mede- en zelfzijn. Het men’, in: Heidegger, M. (1998), Zijn en Tijd. Amsterdam: SUN, pp. 80-103, 154 en 158-174;
  • Husserl, E. (2002), Pure Phenomenology, its Method, and its Field of Investigation. In: D. Moran & T. Mooney (eds.), The Phenomenology Reader, p. 124–133.London: Routledge. (op ELO);
  • Kant, I. (2008), Voorwoord uit Fundering voor de metafysica van de zeden, p. 53-60. Amsterdam: Boom. (op ELO);
  • Levinas, E. (2003), Betekenis en zin. In: idem, Het menselijk gelaat, Amsterdam: Ambo, p. 167–195. (aanwezig in UvH bibliotheek op de niet-uitleenbaar plank); 
  • Merleau-Ponty, M. (1997), Fenomenologie van de waarneming . Amsterdam: Ambo. Daaruit: deel I, hoofdstuk III (§ 1–2 en § 9–12) (op ELO);
  • Plato (1993), De zin van het leven. In: Plato schrijver (ingeleid en vertaald door Gerard Koolschijn) p. 181–188. Amsterdam: Ooievaar Pockethouse. (op ELO);
  • Ricoeur, P. (1981), Fenomenologie en hermeneutiek (fragment). In: Th. de Boer e.a., Fenomenologie en kritiek. Assen: Van Gorcum, p. 20-47. (op ELO).

Aanbevolen literatuur:
  • Doorman, M. & H. Pott (red.) (2014). Filosofen van deze tijd. Amsterdam: Bert Bakker;   
  • Duyndam J. (2003), De waarheid van het hedonisme. Een antwoord aan de asceet en aan de verslaafde. In: Mededelingen van de Levinas Studiekring 8, nr. 1/2, pp 3-20. ISSN 1385-4739.