Deze website maakt gebruik van cookies

Geestelijke verzorging op de internationale zomerschool in Boston


Reisvertraging lijkt het thema van deze zomer. Na de vorige keer laat bij de conferentie in Los Angeles te zijn aangekomen, ben ik nu vertraagd onderweg naar Boston. Als ik ’s avonds rond 10 uur vlakbij mijn hotel een café binnenloop op zoek naar wat avondeten, zwaait er opeens een bekende vanaf de bar: mijn supervisor George. Amerikanen gaan veel later met pensioen dan wij Nederlanders, en met zijn 70 jaar is George nog volop aan het werk. Daarnaast is hij een whiskeykenner dus voor ik het weet staat er een glas voor mijn neus om te klinken op de aankomende week.


Ruim twee jaar geleden richtten George en onderzoeker Wendy Cadge het nieuwe onderzoeksinstituut Transforrming Chaplaincy op. Geestelijk verzorgers in de VS hebben geen tot weinig bekendheid met onderzoek en daar wilden zij verandering in brengen. Dat wordt onder andere gedaan door het organiseren van de Chaplaincy Summer Research Institute, een zomerschool voor geestelijk verzorgers om meer over onderzoek te leren. In vijf dagen krijgen geestelijk verzorgers een stoomcursus kwantitatief en kwalitatief onderzoek, een overzicht van onderzoek dat tot dusverre naar geestelijke verzorging is gedaan, en hulp bij het vormgeven van hun eigen onderzoeksplannen. Ik zit in de organisatie van de zomerschool, leid een werkgroep en geef een presentatie over onderzoek naar de effecten van geestelijke verzorging.


Voor het tweede jaar op rij zit de zomerschool weer helemaal vol. Er zijn 32 deelnemers uit Canada, Australië en de VS. Er blijkt een grote wens te zijn bij geestelijk verzorgers om onderzoek te leren! 


Terwijl ik luister naar de deelnemers valt me op dat de begrippen assesment (het beeld dat een geestelijk verzorger over de client vormt), interventie (wat de geestelijk verzorger doet) en effect (de verandering die de geestelijk verzorger teweeg brengt, oftewel de uitkomst) veel alledaagser taalgebruik zijn dan in Nederland. De meeste geestelijk verzorgers gebruiken een assesment tool en praten over hun werk in termen van interventies (presentie wordt ook als interventie gezien). 


Als we in gesprek raken over wat de effecten van geestelijke verzorging zijn, ontstaat er echter enige spraakverwarring. Vaak noemen we per ongeluk een proces in plaats van een uitkomst. Zo wordt er bijvoorbeeld door iemand ‘aanwezig zijn’ en ‘actief luisteren’ genoemd, maar waartoe zouden we aanwezig zijn of luisteren? Daar blijken we allemaal nog niet veel over te hebben nagedacht. Zijn wij uit op een verandering bij de cliënt? Zo ja, welke verandering(en) dan? En hoe beoordelen (of in een onderzoeksterm ‘meten’) we die verandering?


Om het nog ingewikkelder te maken vragen we onszelf ook af wat de ‘intrinsieke’ effecten van geestelijke verzorging zijn, uitkomsten die we specifiek als geestelijk verzorger beogen. Een aantal deelnemers noemt namelijk vermindering van angst als een effect van geestelijk verzorging. Dit zou echter ook een doel van de psycholoog kunnen zijn. Hoe onderscheid de geestelijk verzorger zich dan van een ander beroep? 


Genoeg om over na te denken onderweg in het vliegtuig naar ‘huis’, naar Chicago waar ik de komende maanden weer zal verblijven. To be continued!


Annelieke schrijft in 2018 over haar ervaringen met geestelijke verzorging in Amerika. Dit tweede blog schreef ze in augustus. Geïnspireerd? Praat mee op LinkedIn