Wetenschappelijke integriteit
De universiteit onderschrijft de in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening vastgelegde beginselen met betrekking tot wetenschappelijk integriteit.
In de gedragscode zijn beginselen uitgewerkt ten aanzien van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van onderwijs en onderzoek. De toepassing daarvan is afhankelijk van de concrete omstandigheden. Daarbij geldt hoe dan ook dat iedereen desgevraagd dient uit te leggen of, en zo ja waarom, is afgeweken van de in de code vastgelegde principes en de uitwerking daarvan.
De vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit neemt kennis van eventuele klachten over de wetenschappelijke integriteit van medewerkers van de universiteit. Een klacht wordt door de vertrouwenspersoon aan de commissie wetenschappelijke integriteit voorgelegd. De vertrouwenspersoon adviseert namens de commissie het college van bestuur over de gegrondheid van de klacht en de in verband daarmee eventueel te nemen maatregelen.
Besluiten van het college van bestuur kunnen door vervolgens door klagers en beklaagden ter advisering worden voorgelegd aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Het college van bestuur neemt mede op basis daarvan een definitief besluit.
De precieze gang van zaken rond de behandeling van klachten is vastgelegd in Klachtenregeling Bescherming Wetenschappelijke Integriteit Universiteit voor Humanistiek.
Per 1 april 2011 is prof. dr. Joep Dohmen voor een periode van twee jaar benoemd als vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit. De beleidsmedewerker onderzoek treedt op als secretaris van de commissie wetenschappelijke integriteit. Vragen over de regeling kunnen aan hem worden voorgelegd.
In de gedragscode zijn beginselen uitgewerkt ten aanzien van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van onderwijs en onderzoek. De toepassing daarvan is afhankelijk van de concrete omstandigheden. Daarbij geldt hoe dan ook dat iedereen desgevraagd dient uit te leggen of, en zo ja waarom, is afgeweken van de in de code vastgelegde principes en de uitwerking daarvan.
De vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit neemt kennis van eventuele klachten over de wetenschappelijke integriteit van medewerkers van de universiteit. Een klacht wordt door de vertrouwenspersoon aan de commissie wetenschappelijke integriteit voorgelegd. De vertrouwenspersoon adviseert namens de commissie het college van bestuur over de gegrondheid van de klacht en de in verband daarmee eventueel te nemen maatregelen.
Besluiten van het college van bestuur kunnen door vervolgens door klagers en beklaagden ter advisering worden voorgelegd aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Het college van bestuur neemt mede op basis daarvan een definitief besluit.
De precieze gang van zaken rond de behandeling van klachten is vastgelegd in Klachtenregeling Bescherming Wetenschappelijke Integriteit Universiteit voor Humanistiek.
Per 1 april 2011 is prof. dr. Joep Dohmen voor een periode van twee jaar benoemd als vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit. De beleidsmedewerker onderzoek treedt op als secretaris van de commissie wetenschappelijke integriteit. Vragen over de regeling kunnen aan hem worden voorgelegd.




