Geschiedenis van het humanisme
In de geschiedenis van de mensheid is er, vanuit het standpunt van de humanist, een rode draad aan te wijzen:
- een afnemend geloof dat goden de leidende macht in de wereld zijn en dat ook de mens daar dus van afhankelijk is;
- en parallel daarmee, een toenemend appreciëren van de mogelijkheden die in de mens zelf liggen.
Vanuit dit gezichtspunt gaat het humanisme ver terug, ook al is het woord 'humanisme' nog niet zo oud. Want al in de Oudheid waren er mensen
die de waarde van de mens hoog stelden en ideeën uitspraken die we nu humanistisch zouden noemen. Een paar voorbeelden:
Klassieke oudheid (Grieken en Romeinen)
- De Griekse filosoof Socrates (469-399 v.Chr.).
- De filosoof Zeno (336-264 v.Chr)
- De romeinse redenaar, filosoof en politicus Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.)
- De romeinse keizer Marcus Aurelius (keizer van 161 tot 180)
Oosterse filosofen
Ook oosterse filosofen hebben ideeën gevormd die we achteraf humanistisch kunnen noemen. Voorbeelden zijn:
- Confucius
- Lao-tse
- Boeddha.
Middeleeuwen (500 - 1500)
In de middeleeuwen kennen we weinig mensen met humanistische ideeën. Pas in de veertiende eeuw treden weer mensen op, het eerst in Italië, die we humanistisch kunnen noemen. Ze nóemden zich zelfs humanisten, maar dat woord betekende toen nog iets anders dan nu: namelijk iemand die de Latijnse en Griekse letterkunde bestudeert.
Daarbij kregen ze grote bewondering voor de mensen uit de Oudheid die deze teksten geschreven hadden en voor degenen die erin beschreven werden: antieke filosofen, toneelschrijvers, wetenschappers, historici, veldheren, politici. Via hun lectuur deden deze geleerden ook klassiek-humanistische ideeën op en ze kregen besef van de krachtige eigen mogelijkheden van de mens.
Renaissance
Deze periode is wel eens gekarakteriseerd als 'de ontdekking van de mens en van de wereld' - typisch gezichtspunten die humanisten aanspreken. Deze ontdekking van de mens ('de mens als kunstwerk') en van de wereld (ontdekkingsreizen) leidde tot een culturele bloeiperiode, de 'Renaissance' (ca.1450-1600), waarmee in Italië namen verbonden zijn als
- Leonardo da Vinci (1452-1519)
- Giovanni Pico della Mirandola (1463-1494)
- Niccolò Machiavelli (1469-1527)
- Michelangelo Buonarroti (1475-1564)
en vele anderen.
Na verloop van tijd verspreidde het Italiaanse humanisme zich over West-Europa. Nederlandse vertegenwoordigers zijn:
- Desiderius Erasmus
- Dirck Volkertszoon Coornhert
De zeventiende eeuw en verder
Uit de zeventiende eeuw dienen Hugo de Groot en Spinoza te worden genoemd:
Vanaf de zeventiende eeuw ontwikkelden - vooral in Frankrijk, Engeland en Duitsland - filosofen, natuurwetenschappers en schrijvers steeds meer ideeën die afweken van de overgeleverde christelijk-godsdienstige ideeën over hoe de wereld en de mens in elkaar zitten. Daarmee leverden ze bouwstenen voor een wereldbeschouwing die we humanistisch kunnen noemen. Belangrijke namen zijn:
- Michel de Montaigne (1533-1592)
- René Descartes (1596-1650)
- John Locke (1632-1704)
- Voltaire (1694-1778)
- David Hume (1711-1776)
- Jean Jacques Rousseau (1712-1778)
- Immanuel Kant (1724-1804)
- Ludwig Feuerbach (1804-1872)
- Charles Darwin (1809-1882)
- Karl Marx (1818-1883)
- Friedrich Nietzsche (1844-1900)
- Sigmund Freud (1856-1939)
Meer informatie over de geschiedenis van het humanisme kun je vinden in:
- Paul Cliteur en Douwe van Houten (red.), Humanisme. Theorie en praktijk (Uitgeverij De Tijdstroom, 1993).
- A.L. Constandse, Geschiedenis van het Humanisme in Nederland, (4e druk; Den Haag: Kruseman, 1980; 1e druk 1967).
- Bert Gasenbeek, Piet Winkelaar, Humanisme (Uitgeverij Kok, Kampen 2007)
Je kunt ook in encyclopedieën kijken onder de namen van afzonderlijke humanisten die hierboven genoemd zijn.

