Tien kenmerken van humanisme
In de eerste 25 jaar van het Humanistisch Verbond is
Jaap van Praag (1911-1981) de drijvende kracht geweest. Hij was een van de oprichters en van 1946-1969 de voorzitter. Naast organisatorisch werk heeft hij ook veel bijgedragen aan de inhoudelijke invulling van het humanisme. Zijn ideeën over het humanisme presenteerde hij tegen het eind van zijn leven gesystematiseerd in zijn boek Grondslagen van Humanisme (1978). In dat boek omschreef Van Praag tien kenmerken die volgens hem karakteristiek waren voor het mens- en wereldbeeld van de humanist (aldaar blz. 88-103).
De vijf kenmerken van het humanistische mensbeeld zijn:
- Natuurlijkheid: mensen zijn onverbrekelijk verbonden met de natuur. Mensen komen voort uit de natuur en kunnen zonder die natuur niet leven.
- Verbondenheid: de mens is een sociaal wezen. Hij of zij is in staat en geneigd zich met anderen verbonden te voelen.
- Gelijkheid: de humanist vindt vanuit die verbondenheid de overeenkomsten tussen mensen zwaarder wegen dan de verschillen. Verschillen in sekse, ras, leeftijd of cultuur zijn nooit zo diepgaand dat ze sociaal contact
uitsluiten. - Vrijheid: mensen hebben de vrijheid om keuzes te maken.
- Redelijkheid: de mens heeft het vermogen redelijke oordelen te vormen, onderscheid te maken tussen goed en kwaad.
De vijf kenmerken van het humanistisch wereldbeeld zijn:
- Ervaarbaarheid: de mens ontleent al zijn kennis over de wereld aan zijn zintuigen.
- Samenhang (tussen mens en wereld): de wereld bestaat alleen in samenhang met de mens, de mens kan alleen iets zeggen over de wereld die hij waarneemt. Over een god bijvoorbeeld kan de mens niets stelligs zeggen.
- Volledigheid: de kennis die de mens over de wereld ervaart via zijn zintuigen, is ook het enige wat hij kan weten. De humanist erkent geen geopenbaarde kennis die alleen op gezag berust.
- Toevalligheid: de wereld heeft geen innerlijk doel. Het humanisme staat hierin tegenover de godsdiensten, die er wél van uitgaan dat er in de wereld een hogere zin aanwezig is.
- Dynamiek: mens en wereld veranderen voortdurend. De mens ontwikkelt zich steeds.

