Twee winnaars van de Leo Polak scriptieprijs
28 januari 2009

Tijdens de 20ste Dies Natalis van de Universiteit voor Humanistiek, donderdag 29 januari jongsleden, werd de Leo Polak Scriptieprijs uitgereikt aan Christian van der Veeke, voor zijn scriptie Heimwee van de filosofie: Een analyse en evaluatie van de wijsgerige toepassing van vervreemding, waarmee hij afstudeerde aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam, en Froukje Weidema voor haar scriptie Mijn handen aan dit bed waarmee zij afstudeerde aan de Universiteit voor Humanistiek.

De jury stond voor een lastige afweging, aangezien er niet heel duidelijk één scriptie uitsprong qua wetenschappelijke kwaliteit, oorspronkelijkheid en presentatie en vormgeving. Na het selectieproces dat in twee rondes plaatsvond, bleven er twee scripties over die sterk van elkaar verschillen en om uiteenlopende redenen in aanmerking komen voor de Leo Polak Scriptieprijs. Juist door hun verschillend karakter heeft de jury gemeend niet tussen deze twee scripties te moeten kiezen, maar ze beide te bekronen.  

In zijn scriptie analyseert Christian van der Veeke de ontwikkeling van het filosofische begrip vervreemding, dat gebruikt wordt om een situatie te benoemen waarin de mens niet thuis is in de wereld, maar dat wel zou moeten en willen zijn.  Hij komt tot de conclusie dat de wijsbegeerte de vervreemding beter achter zich kan laten, omdat zij gepaard gaat met een beroep op de wezenskern van de mens en een essentiële eenheid tussen mens en wereld veronderstelt. Praktisch gezien leidt dat tot marginalisering en zelfs uitsluiting van groepen mensen. Als mogelijk alternatief voor dit essentialistische mensbeeld noemt hij het tragische mensbeeld, waarin een besef dat het leven kort is, wordt vertaald in een heldhaftige beleving van het nu. De tragische mens is sterk gebonden aan de kleine gemeenschappen in zijn directe omgeving in plaats van zich te engageren met een humane totaliteit. Daarmee gaat een oud en belangrijk humanistisch ideaal verloren. Tegelijkertijd worden er nieuwe mogelijkheden zichtbaar.





Froukje Weidema onderzoekt de vraag wat verzorgenden gemotiveerd houdt om te volharden in de verpleeghuiszorg, en in hoeverre een zelfbeeld van ’een goed mens zijn’ daarin een rol speelt. Zij gaat uit van de veronderstelling dat medewerkers niet zozeer gemotiveerd worden door de taken die hen zijn toebedeeld, maar door het unieke dat binnen contacten met mensen ontstaat. De plaats die zij hebben in het leven van een zorgafhankelijke ander is van een zingevende kwaliteit voor hen persoonlijk. Weidema spreekt in dit verband van het surplus, dat noodzakelijk aanvullend is op het economisch perspectief op de zorg. Zij stelt zich de vraag of de verzorgende zich ziet als een ’zorgheld’ bij wie heroïsche ideeën van barmhartigheid, onbegrensd geven, offerbereidheid in verholen vorm nog leven. Interessant is dat zij dit onderzoekt via karakterschetsen van helden als o.a. Superman, Zorro en Robin Hood, en door middel van zowel literatuurstudie als empirisch onderzoek. Weidema concludeert dat verzorgenden in verpleeghuizen sterke motivatie ontlenen aan hun gevoel nodig te zijn voor deze zorgontvanger en dat de existentiële kan van hun werk hierin een centrale rol speelt.



Juryrapport Leo Polak Scriptieprijs

De Leo Polak Scriptieprijs is ingesteld door de Stichting Leo Polak en de Universiteit voor Humanistiek, met de bedoeling de naam en het gedachtegoed van Leo Polak in ere te houden.
Het is goed om nog even in de herinnering te roepen dat Leo Polak een van de belangrijkste humanisten van de twintigste eeuw was. Centraal in zijn humanisme staat het besef van een fundamentele verbondenheid van alle mensen. De scriptieprijs die we jaarlijks uitreiken is bedoeld om een doctoraal- of masterscriptie te bekronen over een onderwerp aangaande persoonlijke zingeving en/of humanisering van de samenleving.

De themagebieden waarbinnen scripties dit jaar moesten vallen waren:

• Nieuwe concepten van gemeenschaps- en burgerschapsvorming.
• Omgaan met verlies vanuit een historisch perspectief.
• Empathie in de 21ste eeuw.

De jury heeft vijftien scripties beoordeeld, afkomstig van zeven verschillende universiteiten.
De jury bestond dit jaar uit:

  • Willem Blokland, humanistisch raadsman bij het UMCU,
  • Drs. Ina Brouwer, voor haar pensionering docent Praktische humanistiek aan de UvH,
  • Dr. Joachim Duyndam, universitair hoofddocent Wijsbegeerte aan de UvH,
  • Dr. Ulla Jansz, universitair docent Feministisch-historische humanistiek aan de UvH,
  • Dr. Ruud Kaulingfreks, universitair hoofddocent Theorie en praktijk van organisatieontwikkeling aan de UvH,
  • Prof.dr. Hans Alma, hoogleraar Psychologie en zingeving aan de UvH (voorzitter).
  • Drs. Roy Jansen, studieadviseur aan de UvH, trad op als secretaris.

De jury is tweemaal bijeen geweest. Bij de begeleiding van twee van de ingediende scripties waren twee juryleden betrokken; zij hebben aan de bespreking van de betreffende scripties niet deelgenomen.

De jury stond voor een lastige afweging, aangezien er niet heel duidelijk één scriptie uitsprong qua wetenschappelijke kwaliteit, oorspronkelijkheid en presentatie en vormgeving. Na het selectieproces dat in twee rondes plaatsvond, bleven er twee scripties over die sterk van elkaar verschillen en om uiteenlopende redenen in aanmerking komen voor de Leo Polak Scriptieprijs. Juist door hun verschillend karakter heeft de jury gemeend niet tussen deze twee scripties te moeten kiezen, maar ze beide te bekronen. De uitreiking vindt in alfabetische volgorde plaats.

Christian van der Veeke: Heimwee van de Filosofie.
We kennen de Leo Polak Scriptieprijs 2009 toe aan Christian van der Veeke voor zijn scriptie Heimwee van de filosofie: Een analyse en evaluatie van de wijsgerige toepassing van vervreemding waarmee hij afstudeerde aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam, onder begeleiding van dr. Van Oenen en met advies van Dr. Schinkel. In deze scriptie analyseert Christian van der Veeke de ontwikkeling van het filosofische begrip vervreemding, dat gebruikt wordt om een situatie te benoemen waarin de mens niet thuis is in de wereld, maar dat wel zou moeten en willen zijn. Van der Veeke wil inzichtelijk maken welke vormen van het gebruik van vervreemding toepasbaar zijn en welke door recente filosofische inzichten achterhaald zijn. Hij komt tot de conclusie dat de wijsbegeerte de vervreemding beter achter zich kan laten, omdat zij gepaard gaat met een beroep op de wezenskern van de mens en een essentiële eenheid tussen mens en wereld veronderstelt. Praktisch gezien leidt dat tot marginalisering en zelfs uitsluiting van groepen mensen. Als mogelijk alternatief voor dit essentialistische mensbeeld noemt hij het tragische mensbeeld, waarin een besef dat het leven kort is, wordt vertaald in een heldhaftige beleving van het nu. De tragische mens is sterk gebonden aan de kleine gemeenschappen in zijn directe omgeving in plaats van zich te engageren met een humane totaliteit. Daarmee gaat een oud en belangrijk humanistisch ideaal verloren. Tegelijkertijd worden er nieuwe mogelijkheden zichtbaar.

Van der Veekes analyse beweegt zich vooral op het terrein van gemeenschapsvorming en heeft tevens raakvlakken met het omgaan met verlies vanuit een historisch perspectief. Het gaat hem om de doordenking van voorwaarden voor nieuwe concepten van gemeenschapsvorming en van het verlies dat we daarbij voor lief moeten nemen. Zijn onderzoek is breed en gedurfd. De jury is van oordeel dat de probleemafbakening helderder en scherper had gekund. Nu komen een aantal zaken wat minder goed uit de verf, bijvoorbeeld de bespreking van de fenomenologie. Dat laat onverlet dat het hier om een knappe en oorspronkelijke scriptie gaat, die met overtuigingskracht geschreven is.

Froukje Weideman: Mijn handen aan dit bed
Daarnaast kennen we de Leo Polak Scriptieprijs 2009 toe aan Froukje Weidema voor haar scriptie Mijn handen aan dit bed waarmee zij afstudeerde aan de Universiteit voor Humanistiek, onder begeleiding van dr. Joachim Duyndam en dr. Dieuwertje Bakker. Froukje Weidema onderzoekt hierin de vraag wat verzorgenden gemotiveerd houdt om te volharden in de verpleeghuiszorg, en in hoeverre een zelfbeeld van ’een goed mens zijn’ daarin een rol speelt. Zij gaat uit van de veronderstelling dat medewerkers niet zozeer gemotiveerd worden door de taken die hen zijn toebedeeld, maar door het unieke dat binnen contacten met mensen ontstaat. De plaats die zij hebben in het leven van een zorgafhankelijke ander is van een zingevende kwaliteit voor hen persoonlijk. Weidema spreekt in dit verband van het surplus, dat noodzakelijk aanvullend is op het economisch perspectief op de zorg. Zij stelt zich de vraag of de verzorgende zich ziet als een ’zorgheld’ bij wie heroïsche ideeën van barmhartigheid, onbegrensd geven, offerbereidheid in verholen vorm nog leven. Interessant is dat zij dit onderzoekt via karakterschetsen van helden als o.a. Superman, Zorro en Robin Hood, en door middel van zowel literatuurstudie als empirisch onderzoek. Weidema concludeert dat verzorgenden in verpleeghuizen sterke motivatie ontlenen aan hun gevoel nodig te zijn voor deze zorgontvanger en dat de existentiële kan van hun werk hierin een centrale rol speelt. Op de vraag of het zelfbeeld van de verzorgende een heroïsche bijklank heeft, geeft Weidema een genuanceerd antwoord. Verzorgenden hunkeren weliswaar naar erkenning voor het werk dat ze doen, maar ze etaleren hun goede werken niet naar de buitenwereld. Weidema typeert hen uiteindelijk als edele helden die een stille erkenning vragen voor wat ze doen en daarin motivatie vinden. De jury is van mening dat het hier om een mooi geschreven scriptie dat maatschappelijke relevantie geeft aan het thema empathie. Zij waardeert het dat het onderzoek zich richt op lager opgeleiden in de zorg, die zelden stem krijgen in wetenschappelijke studies. Het empirisch onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd. De relatie tussen het theoretisch deel en het empirisch deel van de scriptie had volgens de jury sterker uitgewerkt kunnen worden, om de theorievorming productiever te maken. Maar de scriptie biedt een nieuw perspectief op de zorg en scoort daarmee hoog op oorspronkelijkheid. Zij beveelt de scriptie van harte aan bij iedereen die interesse heeft in de zorgsector en de motivatie of het gemotiveerd houden van hen die daarin werken.

De prijzen werden uitgereikt op donderdag 29 januari 2009 in de Janskerk in Utrecht tijdens de Diesviering van de UvH. Beide scripties werden beloond met EURO 550,-.